Er gebeurden hier vorige week twee ongelukken. Een erg ongeluk en een iets minder erg ongeluk. Wanneer er weer eens groepen scheurende motoren voorbijkomen, roepen we soms ‘Boom!’ of ‘Bocht!’ Motoren zijn verschrikkelijk. De manier waarop mensen op die motoren zitten is ergerniswekkend. Maar als er dan eens werkelijk sprake is van een boom of bocht, en een zoon, is dat toch echt niet leuk. Een 55-jarige motorrijder uit een naburig Bundesland verloor in een zeer flauwe bocht de macht over het stuur. Omdat de bocht nauwelijks een bocht te noemen is, zijn er onder de vangrail niet van die speciale motorrijdersredplaten aangebracht. Hartstikke dood. Zijn zoon reed achter hem. Het gebeurde zo’n 200 meter verderop. De hele middag alles in rep en roer, weg afgezet door de vrijwillige brandweer, de gele ADAC-helikopter, politie, ziekenwagens en na verloop van tijd de lichtgrijze lijkwagen. Zoals wel vaker met mensen die ergens met hun snufferd bovenop zitten, lazen we een paar uur later op de website van de Trierische Volksfreund van de hoed en de rand.
Het tweede ongeluk betrof een vrouw en een paard. Er kwamen twee schimmels aanrijden, Floris en ik hoorden de hoeven klepperen. Van verre stak Suzanne haar hand al op. De vrouwen hielden goed de zijkant van de weg aan, er reden auto’s voorbij en één vrachtwagen. Die LKW trok iets te snel weer op, waardoor het paard van Suzanne – Charlie, ik ken hem wel – zo schrok dat hij op hol sloeg. Suzanne slaagde er nog een tijdje in aan Charlie te blijven hangen, maar toen het paard in de grassige berm tegenover mijn poort kwam, liet ze los. Dat ziet er enorm heftig uit: een frêle vrouw op de grond, een enorm paard er bovenuit. Heeft hij op haar gestaan? En: vrouw op grond, paard er vandoor. ‘Haal jij Charlie even op,’ zei Suzanne, die inmiddels tegen de poort aan zat, sterretjes zag en van M. een glaasje Johannisberensap had gekregen. Ik haalde Charlie op, wat verbazingwekkend makkelijk ging, het dier was rustig en liet zich gewillig meenemen. Na een tijdje leek alles weer in orde en vertrokken de beide vouwen en hun schimmels. Charlie hapte nog wel even een paar bloesems van mijn lijsterbes weg. ‘Hé!’ riep ik. ‘Dat hoeft nou ook weer niet!’ Nu heeft Suzanne rugpijn, kan ze niet veel doen, en verveelt ze zich een beetje.
Ik heb het wel vaker geschreven: in de Eifel gebeurt altijd wat. En wij hebben alweer twee keer buiten de deur gegeten! Dat is lekker, zeg. Gewoon zitten en je laten bedienen. In het Fünfmädelhaus in Lambertsberg. Buiten, want het was mooi weer, dus zonder mondkapjes. Alleen als je naar de wc moest of ging betalen, even dat ding op. Morgen gaat het buitenbad in Bitburg weer open. Er is bezoek, mensen durven weer de grens over en je kán de grens ook over: niemand die je tegenhoudt. Dat mag namelijk niet. Dit als tip voor mensen die al langer even naar Duitsland wilden maar dat niet durfden. Ik zelf – nog een ongelukje (met een zware houten pallet) – heb gekneusde ribben, dus dat zwembad kan me nog wel een week of twee gestolen worden…