Ochtenden zijn soms ‘lastig’, in de zin dat je (ik) uit bed komt en dat er dan een hele dag voor je ligt. Mijn therapeut zei altijd: ‘Voor veel depressievelingen is de ochtend het moeilijkst.’ Dat was goed om te horen, want dan ben je niet alleen. Koffie, sneetje brood, wat wordfeudjes en dan Trouw. Vanochtend, echter, luisterde ik naar De Nieuwe Contrabas podcast en dat deed me erg goed. Die twee – Chrétien Breukers en Hans van Willigenburg (nee, niet onze ouwe tv-persoonlijkheid) – hebben een erg gezellige literaire podcast, waarin ze lekker door elkaar heen praten, soms het met elkaar eens zijn en dan weer helemaal niet. Ik kom ze altijd tegen op het Boekenbal. Vandaag ging het over de nieuwe roman van Charlotte Mutsaerts en over een bespreking die Herman Stevens op TZUM schreef over Mijn jaar met Simon van Pauline Slot. Dat was een rare bespreking: hij keek niet naar hoe Pauline Slot het allemaal had aangepakt, hij legde uit hoe het aangepakt had moeten worden en impliciet zette hij zichzelf neer als Vestdijk-kenner die het – dus – allemaal beter weet. Aan zo’n bespreking heb je helemaal niks, en Pauline hoeft zich er dus ook helemaal niets van aan te trekken. En daar wilden Van Willigenburg en Breukers het nog even over hebben, over dat ‘mansplainen’ van Stevens. Ik was bijna vrolijk toen ik klaar was met luisteren.
De afgelopen week was ik flink ziek. Ik vermoed dat ik een keelontsteking had, inclusief verhoging en soms koorts. Ik kon me niet heugen wanneer ik voor het laatst zo ziek was. En toen kreeg ik er ook nog darmkrampen bovenop. Ik probeerde een dingetje te schrijven, over een schrijver, Kevin van Vliet, met wie afgelopen weekend een interview in Trouw stond. Ik vond hem erg onsympathiek en pretentieus overkomen en ik had wel wat te melden over een paar dingen die hij zei. Maar daarna hoorde en zag ik hem in Max Nieuwsweekend en vond ik hem juist leuk en hij had nog een plezierige stem ook. ‘Laat maar,’ dacht ik, over mijn dingetje. ‘Wat een gedoe allemaal en wat heeft het voor nut dat ik hier die jongen ga zitten afbranden.’ Hij zat bij Mieke en Pieter met Adriaan van Dis, die hij de hele tijd met ‘Meneer van Dis’ bleef aanspreken. ‘Ja, maar, meneer Van Dis, ik ben homoseksueel,’ zei hij op een bepaald moment, nadat Van Dis hem aanried freudiaans met zijn moeder naar bed te gaan of zoiets. Nou, vond meneer Van Dis, daar was altijd wel een mouw aan te passen. Wat geloof ik wel weer saillant was, gezien de nieuwe roman van Van Dis.
Misschien moet ik eens wat vaker naar een podcast luisteren. Ik ben niet zo van de podcasts (ik vind dat er veel te veel zijn en dat maakt het kiezen lastig en ik weet vooral niet wannéér ik zou moeten luisteren), maar na de plezierige ervaring van deze morgen denk ik daar anders over. Je kunt op elk moment van de dag luisteren natuurlijk. Hou toch eens op met dat calvinistische de-dag-is-er-om-te-werken-of-andere-nuttige-dingen-te-doen waar ik nog steeds wel wat last van heb. Morgen gaan we overdag in elk geval iets nuttigs doen: in Trier een nieuwe kachel kopen.