Ik was in Schagen. Of eigenlijk: in Haringhuizen, want aan de rand van dat dorp ligt het crematorium. Daar wil ik één ding over zeggen: toen mijn grootvader van moederskant werd gecremeerd, ergens halverwege de jaren ’80 van de vorige eeuw, leek dat nog wel ergens op. Het was toen zo’n tien jaar oud. Ik herinner me een enorme troep ganzen, buiten, bij het meertje dat er is uitgegraven. En muziek die niet bij opa paste maar door oma was uitgekozen, tegen de wil van opa in. Inmiddels is het ‘nogal sleets’, om het vriendelijk uit te drukken. Anders gezegd: het ziet er niet meer uit, het kan echt niet meer. En ik ben blij dat wij er tot twee keer toe voor gekozen hebben om het gedenken elders te doen en vader en moeder met alle respect bij de achteringang af te leveren. Waar je dan ook gewoon mee naar binnen mag.
Maar goed, ik was dus vlakbij Schagen en ik dacht: ik ga daar weer eens rondkijken. In de stad waar ik zeven jaar op de middelbare school heb gezeten. Nu was het afgelopen dinsdag enorm goor weer: grijs, winderig, koud. Er liepen nogal wat Duitsers rond, maar ook weer niet zo veel dat het er ‘gezellig druk’ genoemd kon worden. Alles was klein en laag, in de gigantische winkel van boekhandel Plukker was geen levende ziel te bekennen. Ik wilde vooral even door het Makado Centrum lopen. Dat is een, ja, hoe noem je zoiets, een overdekte winkelpassage. Ik heb daar om de een of andere reden weleens een nachtmerrie over, en dan is het er donker en nat, is er nog maar een enkele winkel open en ik verdwaal er hopeloos. Dat was nu niet zo, het is zelfs onlangs helemaal opgeknapt (hierboven een zogenaamde ‘artists impression’), maar het deprimeerde me hopeloos; het is er licht, maar voelt aan alsof je door een diepe, duistere tunnel loopt. En er zijn terrasjes, maar ook die zijn natuurlijk niet buiten, waar het fris is. Ik vind weinig dingen zo vreselijk als een inpandig terras. Het blijft een doolhofachtige bedoening, waarvan je je afvraagt wat er ooit allenmaal voor is gesneuveld aan oude bebouwing. Het dateert uit ongeveer dezelfde tijd als het crematorium. Ik had een dag later daar moeten zijn, gisteren was het Paasvee: zuipen vanaf twaalf uur ’s middags en een optreden van Gerard Joling! Nu zag ik alleen de opbouw, in dat gore, koude weer en ook zag ik in de gauwigheid dat herenmodezaak Bolte nog steeds bestaat, al staat er nu jeanswear op de gevel. Ik wist niet hoe snel ik weer bij de trein moest komen.