Fundamenten van het Geloof 17 De satan in het Nieuwe Testament (1) Zonde als koning heersend in de dood

Photo by Lucas Pezeta on Pexels.com

Wegens het toeschrijven aan een boze geest

“zodat wij geen lust tot het kwade zouden hebben”

God had Israël verlaten wegens hun verzet tegen de heilige Geest, en het toeschrijven van de werking van Zijn kracht aan een boze geest. We moeten echter oppassen dat wij genoegzaam zeggen dat dit hun verdiende loon was, zoals in het verleden is gedaan en helaas nog steeds wordt gedaan.

Paulus maakt duidelijk dat wat Israël van Gods oordelen heeft ervaren, is opgeschreven “ter waarschuwing voor ons”,

“zodat wij geen lust tot het kwade zouden hebben” (1 Kor 10:11 en 6).

Zijn persoonlijke waarschuwing aan wie meent rechtvaardig te zijn – zoals eens de Farizeeën deden – is:

“wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valt” (1 Kor 10:12).

Zonde, heerser, regerend door de dood

Alle mensen hebben gezondigd, geen enkele uitgezonderd – behalve Jezus Christus. Daarom zou Gods oordeel over allen terecht zijn. De bedoeling is echter dat we lering trekken uit wat anderen overkomen is, zodat we niet veroordeeld worden.

“gelijk de zonde als koning heerste in de dood”

Jezus’ woorden gaan daarom nog veel verder. De grootste tegenstander van de mens is niet ‘de satan’, maar de dood. Want de zonde kunnen we overwinnen, maar wie zondigt kan aan de dood niet ontsnappen. Paulus beschrijft hem als een heerser:

“Want, indien door de overtreding van de ene (Adam) de dood als koning is gaan heersen …” (Rom 5:17).

De dood is in algemeenheid een gevolg van de zonde; en die wordt óók voorgesteld als een heerser, regerend door de dood:

“gelijk de zonde als koning heerste in de dood” (Rom 5:21).

Wet van Mozes, bediening van de dood

Paulus noemt de wet van Mozes ‘de bediening van de dood’ (2 Kor 3:7).
Want de wet rechtvaardigt niet, maar leert wat zonde en de straf daarop is (Rom 3:20). Maar met Christus’ offerdood en opstanding is alles anders geworden: Paulus schrijft dat hij (Christus)

“de dood van zijn kracht heeft beroofd en onvergankelijk leven aan het licht gebracht heeft door het evangelie” (2 Tim 1:10).

Hoe? Door vrijwillig (want het doodvonnis over Adam was niet op hem van toepassing) het dodenrijk binnen te gaan, en daaruit tevoorschijn te komen met een veranderd lichaam, dat niet meer door de dood overweldigd kan worden. Zo verschijnt hij aan Johannes met de woorden:

“Ik ben de eerste en de laatste, en de levende, en ik ben dood geweest, en zie, ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk” (Op 1:17,18).

Wat bedoelt Hij met ‘de sleutels van het dodenrijk’ hebben? De schrijver van de brief aan de Hebreeën zegt het zo:

“… opdat hij (Christus) door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel (diabolos), zou onttronen, en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren” (Heb 2:14,15).

Toegepast op Jezus’ woorden in o.a. Matteüs 12:29 (“… hoe kan iemand het huis van de sterke binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet eerst die sterke heeft gebonden?”), is hij zelf dus degene die sterker is dan de zonde en de dood.

J.K.D.

Vervolg: Fundamenten van het Geloof 18 De satan in het Nieuwe Testament (2) Personificatie en boze geesten

+

Voorgaande

  1. Fundamenten van het Geloof: 7. Zonde. Overtreding van Gods wil
  2. Fundamenten van het Geloof 9 De hoop op eeuwig leven door opstanding uit de doden
  3. Fundamenten van het Geloof 13 Rechtvaardiging door geloof
  4. Fundamenten van het Geloof 15 De Rechter en zijn oordeel
  5. Fundamenten van het Geloof 16 Het Koninkrijk van God op aarde

++

Aanvullend

  1. Mishpat in het Hebreeuws en in het Grieks #2 sleutelwoord voor crisis, recht, verordening, voorschrift, rechtspraak of vonnis en oordeel
  2. Antwoord op Vragen van lezers: Vraag: Kunt u mij uitleggen wat er in Zacharia 3:2 wordt bedoeld met:‘Een brandhout uit het vuur gerukt’?
  3. De nacht is ver gevorderd 5 Studie 2 Schrik of troost 1 Dagen van Noach
  4. De nacht is ver gevorderd 6 Studie 2 Schrik of troost 2 Sodom en Gomorra
  5. De nacht is ver gevorderd 7Studie 2 Schrik of troost 3 Rachab
  6. De nacht is ver gevorderd 9 Studie 2 Schrik of troost 5 Menselijke politiek of Gods hand

Fundamenten van het Geloof 11 Christus, de door God gezonden Verlosser

Photo by Ann H on Pexels.com

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

God beloofde de Verlosser te zijn van wie geloven. In Genesis maakte Hij al duidelijk dat de mens betrokken is bij de tot standkoming van zijn verlossing:

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit (zaad van de vrouw) zal u (slang) de kop vermorzelen en u (slang) zult het de hiel vermorzelen” (Genesis 3:15)

God had voorzien in een nakomeling die een einde zou maken aan de slang, het symbool voor vijandige mensen die Gods kinderen af proberen te houden van eeuwig leven, door hen te verleiden tot zonde. In verband met de gevolgen daarvan deed God een verstrekkende belofte aan Abraham:

“… uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit nemen. En met uwnageslacht zullen alle volken gezegend worden …” (Genesis 22:16-18)

De apostel Paulus legde in de brief aan de Galaten uit, dat deze beloften aan Abraham in eerste instantie in enkelvoud bedoeld was. Ze hebben betrekking op een bepaalde mens, die uit hem voortkwam:

Christus Jezus (3:16).

Het punt in zijn redenering is, dat ieder mens die in hem gelooft, deel krijgt aan de beloften aan Abraham. Wat betrekking had op de ene mens, Christus Jezus, de ware Zoon van God, krijgt zijn vervulling in veel meer zonen:

“Want u bent allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus … Indien u nu van Christus bent, dan bent u zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.” (Galaten 3:26-29)

Deze beloften werden niet alleen aan het nageslacht van Abraham gegeven, maar ook aan hem persoonlijk. Hij is echter op de door God bepaalde tijd gestorven en tot stof vergaan. Hij is de poort van het dodenrijk (zie Matth.16:16) binnengegaan en is nu in de macht van zijn grootste vijand: de wrede koning dood. Dit houdt in dat God zijn beloften aan hem alleen kan vervullen door hem uit de doden op te wekken (vergelijk Hebr. 11:17-19).

Jezus bewees de noodzaak van de opstanding van Abraham, toen hij wees op het feit dat God in tegenwoordige tijd en niet in verleden tijd tegen Mozes zei, dat Hij de God van Abraham is (Matth. 22:31-33). De belofte aan hem was dat zijn nageslacht de poort van zijn vijanden in bezit zou nemen. In de praktijk van die tijd hield dit in,  dat je de vijand had verslagen en bepaalde wie de stad in mocht en en wie de stad uit moesten gaan. In de belofte aan Abraham betekent het dat de vijanden van God en zijn kinderen zijn verslagen, en dat het beloofde Koninkrijk is gekomen. De nieuwe Koning bepaalt niet alleen wie dat Koninkrijk binnengaan, maar ook het voormalige rijk van koning dood in en uitgaan. De heer Jezus Christus zei over zichzelf:

“… Ik ben dood geweest, en zie Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik hebde sleutels van de dood en het dodenrijk.” (Openbaring 1:17-18)

Dat hij dood is geweest, houdt in dat hij ook zelf eerst uit de dood bevrijd moest worden:

“… daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft; de dood voert geen heerschappij meer over Hem.” (Romeinen 6:9)

Hij is het domein van de sterkste vijand van de mens binnengegaan en, omdat hij weer levend werd gemaakt door zijn God en Vader, kon hij de poort van binnenuit openen, om allen die in het geloof gestorven zijn en daar machteloos liggen, daaruit te bevrijden. Het beeld van de bevrijding van de ballingen uit Babel, in het boek van de profeet Jesaja, past ook goed bij de verlossing van de zonde en de dood, zoals deze in het NT wordt voorgesteld:

“Kan aan een sterke de buit ontnomen worden, of zullen de gevangenen van hem die in zijn recht is, ontkomen? Maar zo zegt de HERE:

Toch worden de gevangenen aan een sterke ontnomen, en ontkomt de buit een geweldige … Ik zelf zal uw zonen redden” (Jesaja 49:24-25; vergelijk Mattheüs 12:29).

Hij ‘die in zijn recht is’ was de tiran Nebukadnezar, de koning van Babel. In de brief aan de Romeinen is de tiran van de gelovigen, de dood die als koning is gaan heersen (Romeinen 5:17). Degene die hem heeft bestreden en overwonnen, is Christus Jezus. Hij heeft daarom van de eeuwige God de macht ontvangen mensen te bevrijden uit het dodenrijk, zoals Hij toont bij de opwekking van Lazarus:

“Ik zal u (de Knecht van God) … stellen tot een verbond voor het volk … omtot gevangenen te zeggen: Gaat uit! Tot hen die in de duisternis zijn: Komt tevoorschijn!” (Jesaja 49:8-9; zie ook 42:7 en 61:1)“

… en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen …om verbrokenen heen te zenden in vrijheid. (Lucas 4:19)

“Lazarus, kom naar buiten! … Maakt hem los en laat hem heen-gaan.” (Johannes 11:43-44)

Hij spreekt als een koning tot wie zijn eigendom zijn. Na zijn leven van gehoorzaamheid en kruisdood is hij door God waardig bevonden heer te zijn over al zijn bezit. God gaf hem allen die hij op grond van hun geloof heeft bevrijd uit de macht van de heerser die hij versloeg en als buit meenam:

“Daarom zal Ik hem velen als deel geven en talrijken zal hij als buit ontvangen…” (Jesaja 53:11-12)

Maar vanaf dat moment zijn deze velen geen gevangenen meer, maar tot burgers van zijn Koninkrijk gemaakt. En nu hij bij God in de hemel is, verwachten zij zijn komst met eeuwig leven voor zijn volk:

“Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.” (Filippenzen 3:20-21)

Het is Christus gegeven allen die in hem geloven, in naam van zijn Vader, de enige en waarachtige Verlosser, te bevrijden van de eeuwige vloek van de dood. Hij zal hen door de kracht van God eeuwig leven schenken, door de weg tot de boom des levens, die werd afgesloten door de zonde van de eerste mens, weer te openen.

Niet de dood maar God overwint in Christus:

“Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.” (Romeinen 3:23)

“De dood is verzwolgen in de overwinning. Dood, waar is uw overwinning, dood, waar is uw prikkel. De prikkel van de dood is de zonde … Maar God zijdank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus.”(1 Korintiërs 15:54-57)

“Wie overwint, hem zal Ik (Christus) geven te eten van de boom des levens…” (Openbaring 2:7)

Dan kunnen de woorden die God sprak na de zonde van de eerste mens, omgedraaid worden:

‘Laat de mens nemen en eten van de boom des levens, opdat hij in eeuwigheid zal leven

 

1ste Vraag ter overdenking:

Hoe is de losprijs betaald om gelovigen te bevrijden van de dood?

2de Vraag ter overdenking:

Op grond waarvan kunnen wij in Christus verlost worden?

 

Christus Jezus en de verhoogde slang

Mozes en de Nehushtan (“Koperslang” of “slang van (het) koper”) aan een kruis, afbeelding uit 1907. – In het verhaal in Numeri 21 staat dat de Israëlieten toen zij tegen JHWH en Mozes ageerden, werden gestraft door giftige slangen. Als zij echter na gebeten te zijn keken naar de bronzen slang, zouden ze niet sterven.

Toen Israël in de woestijn zondigde stuurde God slangen om hen te doden. Wie gebeten was ontkwam niet aan de dood. Maar God trof een voorziening: Mozes plaatste een koperen slang op een paal en wie gelovig daarop de blik richtte, werd verlost van de dood (Num. 21:8-9). Maar niet voor eeuwig.
Jezus vergeleek zijn verhoging aan de houten paal met die van de slang aan de paal. Wie gelovig de blik op hem richt zal voor eeuwig behouden worden, maar wie niet in hem gelooft, is verloren (Joh. 3:14-18)

+

Voorgaand

Fundamenten van het Geloof 10 De Verlosser uit de dood

Overdenking voor vandaag

++

Aanvullende artikelen

  1. Een goddelijk Plan #4 Beloften
  2. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #1 Abraham de aartsvader
  3. De Verlosser 1 Senior en junior
  4. Verlosser of Messias aangekondigd door Daniël
  5. De Knecht des Heren #4 De Verlosser
  6. Christus in Profetie #2 De Knecht in Jesaja (2) Behoefte aan Verlossing
  7. Christus in Profetie #5 De Knecht in Jesaja (5) Verhoging van de Knecht
  8. Christus in Profetie #8 De psalmen (2B) De Gezalfde goede herder spreekt
  9. Jezus Christus De Zoon van Adam, de Zoon van God
  10. Zoon van God
  11. Zoon van de levende God
  12. Zoon van God vrijkoper
  13. Zaad van David
  14. Zoon van David
  15. Zoon van God – Vleesgeworden woord
  16. Zoon van God dé Weg naar God
  17. Zoon van God en middelaar
  18. Zoon van God en zijn autoriteit
  19. Zoon van God door God als Zijn geliefde zoon verklaard
  20. Zoon van God geopenbaard
  21. Uw vertroostingen verkwikken mijn ziel
  22. Een lovende ziel voor Hem die troost, geneest, vergeeft, verlost, gaven en recht geeft, rijk aan ontferming
  23. Verlossing #8 Gerechtigheid door geloof
  24. Uitlopen om uit lichaam te wonen
  25. Aan een betere opstanding deelhebben