
Als je heel gedisciplineerd tuiniert, dan knip je elk uitgebloeid roosje weg. Dat zet de plant aan tot het maken van nieuwe schoonheden. Maar ja, ik hoor niet tot de categorie die voortdurend spiedend met een snoeischaar rondloopt. Dus worden rozen vanzelf rozenbottels en zo hoort het ook. Eén jaar heb ik er jam van gemaakt, maar dat is zo’n heidens karwei, daar begin ik niet meer aan. Van een blogmaatje leerde ik dat je ze ook gewoon in je mond kunt stoppen en een beetje om de harde kern heen eten. Heb het eerlijk gezegd nog niet geprobeerd, ik denk dat ik daarvoor het veld in moet, op zoek naar de wilde variant. In huis heb ik in elk geval een tak rozenbottels in een vaas gezet. En wat te zeggen van dit exemplaar? Gewoon nog aan de struik, mooi toch.