Ouderwets

Een zondag zoals zovele. De vaste wandelgroep die het rondje een beetje inkortte vanwege hagelbui gecombineerd met harde wind. Gevolgd door een gezellig ontbijt met elkaar waarna ieder zijns weegs ging. Wat een ouderwetse uitdrukking is dat. Maar goed. Wij gingen aansluitend wat kerstboodschappen doen omdat Picnic pas op 25 december de eerste gelegenheid biedt voor bezorging. En ik ben ook nog zo ouderwets dat ik eerste Kerstdag niet iets met boodschappen van doen wil hebben. Straks maak ik nog een kerststuk voor op tafel en met de minimale versiering die ik dit jaar heb aangebracht, is daarmee onze kerstsfeer voldoende. Ondertussen geniet ik wel van huizen waar men er wat meer werk van heeft gemaakt.

Herlezen door de jaren heen

Zo nu en dan moet mijn e- reader opgeladen worden. Je kunt het een elektronisch leesboek noemen maar dat doet geen hond. Ik ook niet. Mijn e- reader was dus even onbruikbaar en ik deed een greep in onze boekenkast. Ik trok er een favoriet uit die ik vrijwel elk jaar herlees.

De schrijfster, twee jaar ouder dan ik, vertelt over haar Italiaanse jeugd. Van dit boek krijg ik nooit genoeg. Afgezien van de heerlijke keukenverhalen vielen me dit keer vooral onze overeenkomsten op. De routine op de zondagen met de kerkgang en een wandeling of autoritje. Haar opa die op vaste tijden de klokken in huis opwond. In mijn geval deed mijn vader dat, maar het gevoel erbij is hetzelfde. ‘Te laat komen is beledigend voor degene die op je wacht’ kreeg ze te horen. Van een Italiaan dus! Ook in mijn jeugd regeerde de klok. Niet onaangenaam hoor en ik ben ook van ‘op tijd is op tijd’. Mijn opa zei zelfs: ‘op tijd is ook te laat’ maar dat gaat me werkelijk te ver. In Italië houdt men zich minder aan de tijd dan wij wenselijk vinden. Hoewel we gelukkig ook hier mensen kennen die, net als de Italiaanse opa van de schrijfster, zich altijd aan hun afspraak houden. Heerlijk.

Filomena

Dat ik op zondag zomaar vrijwillig een kerk in zou lopen, had ik nooit bedacht toen ik een jaar of dertig was en me uit de Rooms Katholieke Kerk liet schrijven. Nu zie ik kerken meer als cultuurhistorische gebouwen en kijk er anders tegenaan. Kerkelijk zal ik nooit meer worden maar me verbazen over de toewijding en devotie van anderen gevoegd bij mijn herinneringen als kind en het godsvertrouwen dat ik tóen had, maken dat ik al jarenlang weer kerken bezoek.

Hier, in de kerk van Johannes de Doper in Gubbio, ligt de beeltenis van de heilige Filomena. Een merkwaardig verhaal over een martelares van 14 jaar. Ze zou geleefd hebben van 288 tot 302, haar beenderen werden gevonden in 1802 in Rome en daarna is ze heilig verklaard. Ze werd een geliefde volksheilige aan wie men wonderen toeschreef. In de negentiende eeuw begon men te twijfelen aan de echtheid van het gebeente en in 1961 werd ze uit de kerkelijke kalender geschrapt. Toch schijnt ze nog onverminderd populair te zijn in Zuid Italië. Rond haar feestdag, op 11 augustus, zijn er in Mugnano del Cardinale grote volksfeesten, waarbij de straten voor de processie versierd worden met honderden verlichte erebogen. Zij wordt vereerd als patroonheilige van toekomstige moeders, gefolterden en gevangenen. Zo’n stichtelijk verhaal was nooit op mijn pad gekomen als ik niet eindelijk de moeite had genomen te achterhalen wie daar zo mooi verlicht in een stille kerk ligt. Een kerk (klik) die wij al menigmaal bezochten. En zo levert een zondags kerkbezoek me toch wat op.

Naar aanleiding van zondag

Parkeerbonnen zijn hier in Gubbio lang niet zo duur als in Delft. Daar krijg je zonder mankeren € 90. Dat is enorm hoog. Vooral voor argeloze toeristen is het vaak onduidelijk aangegeven en daardoor een smet op een leuke dag uit. Men heeft in Gubbio sinds een paar jaar ook betaald parkeren ingevoerd. Zowel de tarieven als de boetes zijn beduidend lager. Het direct met korting af kunnen rekenen bij de gemeente politie is zo gek nog niet. Mensen hollen wel als ze dertig procent korting krijgen en het scheelt een hoop navorderingswerk. Toen de wijnboer vanmorgen het betalingsbewijs met daarop het kenteken en de juiste tijd kon overleggen werd er niet moeilijk gedaan, de boete verviel. Terecht.

Hier nog twee keer mijn zondagse uitzicht. Eenmaal van het plein waar we aan een tafeltje in de schaduw onze pranzo gebruikten. En van het roerei met truffel, mijn favoriete voorgerecht. Voor het hoofdgerecht koos ik kalkoen van de grill maar dat was me veel te veel. Ik zou beter moeten weten want grote stukken vlees zijn aan mij niet besteed. Na afloop heb ik gevraagd of ik de resten mee naar huis mocht nemen, waar ik er gisteravond samen met een reuze tomaat en twee ons sperziebonen een heerlijke salade van maakte. De gêne die ik vroeger wel had om te vragen om de eufemistische doggybag, heb ik al lang niet meer. Ik hou niet van verspilling. Al moest ik dat laatste woord in het Italiaans wel even opzoeken. Sciupare. Dát is het woord dat ik moet onthouden. En vragen om kleine porties, dat moet ik ook gaan doen.

Draden en auto’s

Even de stad Gubbio in voor de zondagse pranzo. Zo’n eerste keer na een afwezigheid van een paar maanden, kijken we weer met frisse blik naar de omgeving. Twee dingen vallen altijd op: overal lopen de kabels en draden bovengronds en van een autovrij centrum wil niemand hier wat weten. Nu ervaren we het als een beetje storend, over een week vinden we het weer heel gewoon.

Dit is Picchio Verde, het restaurant waar het vanmiddag weer bomvol was met grote gezelschappen en het daarbij horende kabaal. Wij hanteren altijd de vertaling als we deze plek benoemen: de Groene Specht. De eigenaar noemen we voor onszelf de man met de mooie stem. Een bas die prachtig galmt in de stenige ruimten. Het eten is er heerlijk.

Na afloop, op weg naar de geparkeerde auto, dwalen we nog even door wat schilderachtige straatjes en schiet ik lukraak wat foto’s. We zijn een middag van het erf af geweest en kunnen een nieuwe werkweek weer helemaal aan.

In ons element

Ons huis was maar vier dagen niet bewoond toen we gisteren weer binnenstappen. En dat is prettig thuiskomen, zeker omdat er een paar zorgzame lieverds alles spic en span hadden achtergelaten en hier en daar voor verrassingen hadden gezorgd. Om half zeven zat ik op mijn vaste plekje in de avondzon te wennen aan de temperatuur van 34 graden.

Vanmorgen zag de tuin in het ochtendlicht er zó uit en zijn we uiteraard weer helemaal gewend én in ons element. Op de verrassingen kom ik nog terug. Nu eerst een luie zondag waarin ik alleen nog even mijn koffertje hoef uit te pakken en mijn moeder ga bellen.

Geen krant

Na wat flinke onweersbuien, vooral in de nacht van vrijdag op zaterdag, is het mooie zomerse weer teruggekeerd. Heerlijk. Alleen hebben we nu heel traag internet. Ik stel me voor dat er morgen ergens in een kantoortje iemand de boel weer reset en de antenne die wij op het dak hebben daardoor alle signalen weer versterkt door krijgt.

We doen het altijd rustig aan op zondag. Even de stad in, ergens een hapje eten, beetje slenteren, de wijnboer trakteert zich op een ijsje en dan terug de berg op om de krant te lezen en een beetje te luieren. Nou dat laatste lukte prima, alleen die digitale krant binnenhalen ging dus niet. Gelukkig zijn we alle twee in een boeiend boek bezig dus de middag is welbesteed. En ik krijg wonder boven wonder tóch nog een blog gepubliceerd.

Zondag op het erf

Zó begonnen we deze zondag. In de tuin van Caldese dronken we onze eerste cappuccino. Gisteravond hier weer aangekomen en het is goed te zien dat Umbria eerder teveel dan te weinig regen heeft gehad de laatste weken. De tuin lijkt wel weer ontploft en van verschroeid gras is geen sprake.

Een snel ontbijtje bij de bar in de stad, gevolgd door boodschappen doen. We prijzen ons gelukkig dat we dit alles op een kwartiertje afstand van ons huis kunnen doen. Zodoende waren we om twaalf uur weer op het terrein en kon ik mijn moeder bellen, waar we 24 uur daarvoor nog zaten te lunchen.

Juni is de mooiste maand voor de bloeiende brem, fijn dat we er nog een graantje van mee kunnen pikken. Meer tuin en ander nieuws volgt de komende dagen.

Maaien, plukken en bukken.

Zaterdagochtend werd een begin gemaakt met het maaien van het gras. Heel jammer voor de madeliefjes en paardenbloemen en wat er nog meer voor leuk bloeiends op het erf staat. Langer wachten maakt de klus alleen maar zwaarder en gelukkig trekken de bloemetjes zich niets aan van ons hek, dus daarachter is het nog steeds een paradijs voor insecten.

In plaats van één nieuwe kruiwagen kochten we vorige week deze twee handigerds. De wijnboer zette ze nu in om het maaisel af te voeren naar de compostbakken die vlakbij de wijngaard staan. De zondagochtend werd nog nuttig gebruikt voor wat azijnspuitwerk bij het onkruid en wat plukwerk in het grind.

Het begint weer ergens op te lijken, stellen we tevreden vast. De stoeltjes staan te wachten op onze tweede koffieronde. Maar dat was allemaal gisteren. Vandaag valt de regen hier met bakken naar beneden en de temperatuur is van 21 graden gisteren naar 11 graden vandaag gezakt. Van stabiel lenteweer is dus geen sprake. Maar lekker groen wordt het op deze manier wel.

Hangend in de schaduw

Het is een flinterdun laagje water wat er in het kanaaltje van Gubbio staat. Gevolg van de regen nadat het de hele zomer kurkdroog was en men er zelfs een eindje verderop een terras in had gemaakt. Dát heb ik helaas niet met eigen ogen gezien maar is me verteld door een vriendin die hier tijdens onze afwezigheid verbleef. De reden waarom ik de foto maakte is de wapperende was. Een zondagse was nog wel. Mijn moeder vond dat vroeger niet kunnen, maandag was wasdag. Maar dat was nog vóór de wasmachines hun intrede deden. Nu wast men wanneer het goed uitkomt, alles in de trommel en draaien maar. Lekker buiten laten drogen en als dan de zondag ook letterlijk zon geeft, dan trek je je niets aan van zondagse passanten die op de stoep zitten te eten onder de wapperende was. Ik stoor me er niet aan, sterker nog ik verzamel wasfoto’s.

De laatste foto komt uit mijn verzameling en hoort tot mijn een van mijn favorieten. Mijn hulpje in 2012, kleindochter Isabel.