Zo her en der zie je hier in de buurt zwart- en roodbonte koeien in het weiland staan maar op een of andere manier lijken die altijd beter te passen in een sappig groen Hollands weiland dan hier.
Mijn voorkeur gaat meer uit naar deze onderstaande Aubrac koeien. We kwamen ze pas geleden tegen tijdens een wandeling op het plateau, in de buurt van de Mont Mézenc.
Ze staan hoog op mijn persoonlijke lijst van favoriete koeienrassen en dat komt vast door hun fluwelige zwartomrande ogen die je zo trouwhartig aan kunnen kijken. Doe er nog een stel mooie hoorns bij en dan is tie helemaal af.
Als ik zoiets overigens tegen onze boerbuurman zou zeggen, dan zou hij me hierom hartelijk uitlachen. Aan mijn sentimentele gekwezel over mooie trouwhartige ogen of karakteristieke hoorns zal hij weinig hebben: voor hem zijn alleen de liters melk die z’n koeien geven belangrijk of de hoeveelheid biefstukjes die er aan z’n koeien ‘groeien’.
Op internet had ik een keer gelezen dat je, als je zo lang mogelijk wilt genieten van de vlinderstruiken, het beste niet alle struiken tegelijkertijd in het voorjaar kunt snoeien. Heb ik dit jaar dus uitgeprobeerd. Een paar struiken werden al in februari gekortwiekt, andere struiken waren in maart aan de beurt en de laatste exemplaren heb ik pas in april gesnoeid. Zo terugkijkend hebben we al lang en veel kunnen genieten van de vlinderstruiken en zoals de naam al aangeeft, ook van de vlinders. We zijn nu bezig met zo’n beetje de laatste bloeiers.
Onderstaande vlinders waren nog volop aan het snoepen van de laatste nectar. Het waaide helaas, dus ik heb ze niet allemaal superscherp op de foto gekregen.
Ik las in het vlinderboek dat zowel de Atalanta vlinder als de Dagpauwoog eitjes leggen op brandnetels. De rupsen die uit die eitjes komen, blijken geen last te hebben van die brandharen zoals wij en smullen heerlijk van het blad. Zoals in het boek zo mooi werd geschreven; ze groeien dan ook als brandnetel!
Geen wonder dat we die vlinders hier zien: we hadden meer dan genoeg brandnetels staan bij de overloop van de bron en langs het ‘romantische paadje’. Maar goed dat we dus niet als een gekke daar aan het maaien zijn geweest.
Wat betreft die koninginnenpage: hartstikke mooi dat ze dit jaar ook weer een bezoekje aan ons brengt maar het is een wat zenuwachtig fladderende vlinder die zich maar moeilijk laat fotograferen. Zodra ze mij zag ging ze op de bovenste tak zitten. Ik ben nog bovenop een stoel geklommen maar moet het met deze foto’s uiteindelijk maar doen.
Op de foto hieronder zie je die blauwe rand nog wat beter.
Brandnetels zijn trouwens te min voor deze vlinder. Ze houdt ervan om eitjes te leggen op wilde peen, dille en venkel. Die wilde peen heb ik pas geleden hier rondom het huis al gespot en venkel hadden we in de moestuin. Een gespreid bedje dus voor deze koninginnenpage!
Vanmorgen waren we al heel vroeg op; een mooi moment van de dag om onze stevige stappers aan te trekken en lekker buiten ons ‘volle’ hoofd helemaal leeg te wandelen.
Het viel ons op dat de mais er veel beter voor staat dan vorig jaar. Misschien wel door de natte maanden die we hebben gehad.
De maisakkers zijn omheind met draden waar stroom op staat. Eentje wat laag boven de grond en de tweede iets hoger. Die stroomdraden zijn een van de weinige dingen waar de wilde zwijnen, die gek op mais zijn, ontzag voor hebben.
Hier zijn ze flink aan het wroeten geweest. Kijk maar eens hoe het weiland ‘omgeploegd’ is.
Mochten we trouwens zo’n wild zwijn tegenkomen, dan zullen we ‘m toch maar even waarschuwen. Half september begint hier namelijk het jachtseizoen weer!
Onze ‘huishaas’ is weer gesignaleerd! Gisteravond toen we de brievenbus wilden leeghalen, zagen we ‘m op onze ‘oprijlaan’.
Toen we naar zijn zin toch wat te dichtbij kwamen, koos hij het hazenpad en ging hij er als een haas vandoor. Een echte angsthaas.
Om nog even door te gaan met uitdrukkingen waarin hazen de hoofdrol spelen: we kennen natuurlijk het gezegde ‘je weet nooit hoe een koe een haas vangt’ dat gebruikt wordt als je wilt zeggen dat hoe onwaarschijnlijk iets is, het tòch kan gebeuren. In de praktijk lijkt het me best lastig om als koe een haas te kunnen vangen maar het schijnt dus wèl mogelijk te zijn.
In ‘Het Nieuws van den Dag’, oktober 1898 staat het volgende vermeld:
In een perceel weiland te Tjerkwerd, bij Workum, is het gebeurd. Daar heeft, naar de Ned. Jager meldt, een koe van den landbouwer S. Ketelaar een haas gevangen. Het dier werd door het rund in het leger verrast, kreeg een fermen tik met een der hoeven en werd vervolgens op de horens genomen. Toen bemerkte de knecht des landbouwers de vreemde jacht en haastte zich het haasje prijs te verklaren.
Zielig natuurlijk voor die haas maar wel leuk om zo’n berichtje te lezen in dat verouderde Nederlands en extra leuk omdat we vrienden hebben wonen in Tjerkwerd!
Tijdens het kokkerellen vanavond, voelde ik dat er iemand stilletjes naar me keek. Omdraaiend zag ik dat we nieuwe buren hadden gekregen die via het raam nieuwsgierig naar binnen keken.
Na verloop van tijd was het nieuwtje er waarschijnlijk vanaf en ploften ze neer in het gras. Wèl in de buurt, want nieuwsgierig bleven ze wel!
We trekken duidelijk de aandacht van deze nieuwsgierige geit! Helaas met van die grote gele ‘oorbellen’ in maar dat schijnt verplicht te zijn. Waarom moeten die dingen toch zo groot zijn; het zijn meer ‘oorbellen’ dan oor!
In het weiland hier lopen heel wat geiten. Er huppelen zelfs alweer kleine geitjes tussen. Ik geloof trouwens dat je zo’n klein geitje ook lammetje mag noemen. Straks met Pasen staat er weer veel lamsvlees op het menu. Zouden deze geitenlammetjes dan ook worden verorberd, net als de lammetjes van de schapen?
Ze zijn trouwens heel, heel in de verte familie van elkaar. Het aantal chromosomen verschilt wel. Het schaap heeft er 54 en de geit 60. Een enkele keer komt het wel eens voor dat deze dieren vergeten dat ze geit en schaap zijn en dat ze het met elkaar ‘doen’. De vrucht die hieruit voortkomt wordt meest van tijd afgestoten maar heel soms wordt er toch een jonkie geboren. Het jong van een vrouwtjesschaap en een geitenbok is dan een gaap en die van een vrouwtjesgeit en een mannetjesschaap wordt, je raadt het al, een scheit genoemd.
Deze geiten hebben vast geen weet van dit alles en staan gewoon lekker hier in de wei wat gras weg te peuzelen. ‘s Nachts nog binnen maar overdag al lekker buiten. Zo wandelend langs deze geiten zou je toch al bijna weer aan de lente gaan denken! Het blijft deze dagen helaas alleen nog maar bij fantaseren over dat voorjaar want de temperaturen willen op dit moment nog niet echt meedoen. Geduld is een schone zaak!
Die logeerhond van ons is gek op water. Zodra hij een slootje, greppeltje of wat dan ook ziet, begint hij nog wat harder te kwispelen dan dat hij altijd al doet, houdt z’n kop wat scheef en kijkt ons met een smekende blik in z’n ogen aan.
Ons eigen ‘monster’ van Loch Ness!
De eerste keer dat hij in deze betonnen bak sprong, was ik nog even bang dat hij er niet meer uit kon komen en zag ik mezelf er al in duiken om hem te helpen maar het bleek geen enkel probleem te zijn voor deze waterrat!
Op een of andere manier heeft het wel wat om die dieren in plaats van in een weiland, zo tussen de bomen te zien lopen. Nog leuker als ze gezellig in een oude boomgaard rondstruinen. Mocht ik ooit koeien of schapen gaan houden, dan wil ik er ook een boomgaard bij. Of andersom natuurlijk!
Terugkomend op deze koeien: ze staan net wat te ver weg om goed het ras te kunnen onderscheiden. In eerste instantie dacht ik aan Charolais koeien maar wat zouden die hier in het zuiden te zoeken hebben? Misschien dat ik toch maar voor dat andere koeienras ga dat er best wel op lijkt, namelijk de Blonde d’ Aquitaine.
Nu ja, laten we het maar gewoon op witte koeien houden, dan zitten we altijd goed!
We hebben voor een tijdje een extra bewoner hier op de berg rondlopen: de hond van een familievriend. Een lieve en keurig opgevoede Border Collie. Dat wij hier volop van de omgeving genieten is natuurlijk allang bekend maar zeker te weten dat deze hond dat ook doet!
En nu denk je dat die hond daar moe en uitgeteld ligt bij te komen en niet meer overeind wil komen. Nu vergeet het maar: hij houdt het langer vol dan wij!
Onze scharrelvarkensboer Gregory heeft weer wat jonge varkens op dit weitje ‘gestald’. Heel veel gras staat er niet meer en ze worden dagelijks bijgevoederd met een of andere slobberige substantie. Er wordt aardig van gegeten en het moet vast wel lekker zijn, want een van de varkens is zelfs van puur enthousiasme in de trog geklommen. Die andere twee hebben dorst: het ene varken gedraagt zich nog netjes en staat alleen met z’n voorpoten in de bak en die ander is er maar helemaal ingesprongen. Jammer dat er geen geluid bij dit berichtje zit, anders had je nu veel geslurp, geslobber en gesmak kunnen horen.