Begrip gevraagd

Afgelopen donderdag hebben we onze Tim en vriendin Charlie weer naar het vliegveld in Lyon gebracht. De vakantie hier op onze berg zit er helaas alweer op voor hen.

Op de terugweg reden we bij de tolpoortjes in de buurt van Vienne een lange rij autowrakken voorbij die door VINCI, de tolweg beheerder, als een soort stil protest hier langs de snelweg zijn geparkeerd.

Het gaat hier om de zogenaamde interventievoertuigen van de autoweg. Bestuurders ervan hebben de taak om de snelwegen te ‘bewaken’. Ligt er bijv. rommel op de weg, dan halen zij het weg, staat er een auto met pech dan zorgen zij dat de vluchtstrook afgezet wordt. Kortom, ze zorgen voor meer veiligheid op de wegen. Helaas komt tegenwoordig hun eigen veiligheid regelmatig in gevaar.

Sinds begin dit jaar zijn er al 24 hulpverleningsvoertuigen op de Franse tolwegen aangereden door passerende automobilisten die niet goed opletten, te lang achter het stuur zitten of op hun mobiel zitten te kijken maar ook niet hun snelheid verminderen en op een andere rijstrook ruim om de interventievoertuigen heen rijden, zoals het officieel verplicht is.

Nadat er bij zo’n aanrijding een wegwerker tijdens z’n werkzaamheden dodelijk is verongelukt, was de maat vol en is men de actie ‘Quand allez-vous percuter?’ gestart. Vrij vertaald; wanneer gaat u botsen? Met het tentoonstellen van deze beschadigde, gebutste en in elkaar gereden auto’s en busjes langs de kant van de snelweg, hoopt men op meer oplettendheid en bewust rijbedrag van de weggebruikers.

Aankomst op IJsland

Vanmorgen werden we al vroeg ons bootbedje uitgejaagd door iemand die via de intercom luid en duidelijk aangaf dat iedereen binnen een uur verwacht werd de hut te verlaten en dat we over twee uur zouden aanmeren in de haven van van Reyðarfjörður. Even wennen weer dat het hier opnieuw een uurtje vroeger is.

Die plaatsnaam Reyðarfjörður heb ik overigens moeten kopiëren vanuit Google want die o-achtige letters met zo’n kruisje eraan kent mijn Ipad niet. Als ik goed luister naar een IJslander die de naam voor me uitspreekt lijkt het een beetje op dréfururur.

Uitzicht vanaf de voorkant van het schip. Een eerste blik op IJsland met alweer een zonnetje!

En het uitzicht vanaf het achterdek.

Redelijk snel waren we de boot af en gingen we ons IJslandse avontuur tegemoet. Via de havenplaats aan de oostkant van IJsland reden we zuidwaarts langs de kust, waar onze eerste stop in de buurt van Höfn zal zijn. Hier hebben we twee overnachtingen in een soort van trekkershut annex kampeerhuisje. Alles erop en eraan en met een mooi uitzicht op de gletsjers, aldus de informatie. Helaas is er in de loop van de middag meer bewolking gekomen dus op het moment dat ik dit schrijf, is het behoorlijk grijs om ons heen. We moeten even die bewolking wegblazen en dan kunnen we vast die gletsjer wel zien en anders komt het morgen wel.

Onderweg naar onze eerste huisje zijn we regelmatig even gestopt om van het uitzicht op de bergen te genieten. Bergen die toch weer heel anders zijn dan die op de Faeröer.

Een uitgelezen plek voor een snelle picknick.

Zoals we in Frankrijk velden vol lavendel hebben, zie je hier velden vol met lupine. Het groeit hier volgens mij als onkruid.

Moet je kijken hoe mooi! En ik maar tobben met wat miezerige lupineplantjes in onze Franse tuin.

Ons eerste overnachtingsadresje. Er staan, verspreid over een weiland, een stuk of tien van deze tiny houses. Mooi wat extra inkomsten voor de boer die hiernaast z’n bedrijf heeft. Je komt dit soort huisjes trouwens hier overal tegen.

Volgens mij zitten we hier aan een Faeröers biertje, dat we nog over hadden. Hier gecombineerd met een zak Franse chips. Moet kunnen!

Aankomst in Tórshavn

Zondagavond zo tegen 23.00 uur plaatselijke tijd zijn we met de boot aangekomen in Thórshavn. Nog steeds is het niet donker en zo kun je al direct een aardig beeld krijgen van de haven.

Hier vaart onze boot de haven in. Dat lijkt me flink passen en meten maar de boot vaart zonder een centje pijn vlot naar z’n ‘parkeerplek’.

Dat rode gebouw op de punt waar we voorbij varen, is het stadhuis.

Hier nogmaals maar nu van dichterbij.

Daarnaast staan nog meer van die mooie rode gebouwen. Vroeger waren dit pakhuizen. Ze zijn afgelopen jaren gerestaureerd en worden nu gebruikt door diverse regerings- en overheidsdiensten.

We blijven hier drie nachten in een hotelletje vlakbij de oude haven en gaan woensdag aan het einde van de middag de zee weer op, richting IJsland.

Op de Norröna

Gisteren zijn we vanuit Hirtshals aan boord gegaan van de Norröna, een veerboot van de Smyril Line die ons in zo’n dikke 30 uur naar de Faeröer eilanden zal brengen. Een rustige zee, een halfgevulde boot, prima geslapen en vanmorgen al een paar walvissen in de verte gespot. Niet verkeerd zo!

Soepeltjes en zonder lange wachtrijen de boot op.

Vertrokken met een zonnetje en een blauwe lucht, dus lekker het dek op.

Op een scherm kun je precies volgen hoe de boot vaart. Vanuit Hirtshals, in de kop van Denemarken, voeren we gisteren vlak langs de kust van Noorwegen. Vanmorgen passeerden we de Shetland eilanden en vanavond zo omstreeks 22.30 uur zullen we in Tórshavn, de hoofdstad van de Faeröer eilanden aankomen.

Amelia had even geen zin

Woensdag heeft Ernest me naar het vliegveld in Lyon gebracht, waar vandaan ik via een tussenstop in Straatsburg, met Air France naar Amsterdam zal vliegen. Even weer een tijdje ‘moederen’ bij dochterlief. Ernest blijft op de berg: genoeg te doen daar.

De vlucht van Lyon naar Straatsburg ging als een speer. Het was helder weer dus je kon ook nog volop genieten van het uitzicht op de wit besneeuwde bergtoppen van de Vercors.

In Straatsburg werd de vlucht naar Amsterdam overgenomen door Amelia. Nog nooit van gehoord maar het gaat hier om een kleine Franse luchtvaartmaatschappij, behorend tot de Regourd Aviation-groep. De naam Amelia is een eerbetoon aan Amelia Earhart, de beroemde Amerikaanse pilote die in haar eentje o.a. de Stille Oceaan overvloog.

Vanuit de boarding ruimte reden we met een bus naar een uithoek van de luchthaven waar een mooi rank vliegtuig op ons stond te wachten. Helaas stopte de bus niet maar reed hij weer terug naar de boarding ruimte. Even geduld s’il vous plaît, het vliegtuig had last van wat elektronisch ongemak maar zou zo spoedig mogelijk de lucht in kunnen. En inderdaad, na een tijdje was het zover en konden we vertrekken.

Na zo’n minuut of twintig vliegen was het weer mis en kregen we te horen dat we terug zouden keren naar de luchthaven. Gelukkig geen enge dingen tijdens die vlucht terug en ook geen noodlanding!

Maar ja, probeer dan maar met z’n allen zo snel mogelijk weer een andere vlucht aangeboden te krijgen. Nadat ons geduld enigszins op de proef was gesteld, kwam het ‘verlossende’ antwoord: vandaag zouden we in ieder geval niet meer vliegen…….

Het werd dus een overnachting in een hotel in het centrum van Straatsburg.

Hotel Tandem, een mooi hotel trouwens. Als we een keer een citytrip naar Straatsburg zouden overwegen, zou dit hotel een prima optie zijn.

De volgende ochtend al om 4.30 uur aan het ontbijt en om 5 uur met de taxi naar het vliegveld waar we hopelijk met de vlucht van 6.40 uur mee naar Amsterdam zouden kunnen.

En ja hoor, het vliegtuig stond al weer klaar voor ons, gerepareerd en wel.

Ready for take off en daar ging Amelia de lucht.

Hier een laatste blik op luchthaven Straatsburg waarna Amelia zonder verdere nukken ons een uurtje later keurig op Schiphol afleverde.

Toch weer een mooi avontuur beleefd!

Smog en stank

Wij vonden de afgelopen dagen dat heerlijke zonnige weer met maar heel weinig wind dan misschien wel heerlijk maar in Lyon en omstreken zorgde het voor flinke smog. Door deze weersomstandigheden bleven alle fijnstofdeeltjes die uitgestoten worden door onder andere de plaatselijke industrieën, het drukke verkeer, houtgestookte kachels, noem maar op, boven het gebied hangen. Nog ruim vóór Lyon zag je een dikke grijzige smoglucht en kreeg je een vieze prikkelende geur in je neus. Kortom, een slechte luchtkwaliteit.

Op grote waarschuwingsborden boven de weg stonden maatregelen aangekondigd. Alleen de zogenaamde Crit’Air 0, 1 en 2 voertuigen waren toegestaan in Lyon, oftewel de voertuigen die een groene, paarse of gele milieusticker bezitten. De kleur van de sticker zegt iets over de vervuiling die de auto veroorzaakt.

De groene, nr. 0 is voor de milieuvriendelijkste voertuigen met een motor die volledig elektrisch is of die een motor bezitten op basis van waterstof. De paarse, nr 1 is vooral voor relatief schone en nieuwe voertuigen met een benzine motor of gas- of hybride installatie. De gele sticker, nr 2 is bestemd voor de al wat oudere en dus ook al wat meer vervuilende voertuigen maar die nog steeds binnen de norm vallen. Tot nu toe mogen deze geel gestickerde auto’s nog steeds een milieuzone in maar hoe lang die dat nog mogen?

We hadden de goede kleur sticker en doken hier, met onze neus dicht, de tunnels van Lyon in.

Vliegen

Afgelopen maandagochtend zijn we in alle vroegte op pad gegaan richting Lyon Airport. Op de foto hierboven, zien we ‘ons’ vliegtuig staan.

Ondanks files bij Tournon en Lyon waren we vroeg genoeg op de luchthaven. Veel te vroeg uiteindelijk, want onze vlucht had een vertraging van zo’n drie kwartier. Ach, je drinkt een kop koffie, je leest nog een keer je informatie door over je bestemming, slentert langs de winkeltjes, kijkt wat naar de andere passagiers en de tijd vliegt voorbij. Met een goed gevuld vliegtuig stegen we op om zo’n twee en half uur later een tussenlanding te maken in Lissabon.

Hier zie je de Vasco da Gamabrug liggen. Een ruim 12 kilometer lange tuibrug over de rivier de Taag in Lissabon.

In Lissabon hadden we een ruime overstaptijd en die werd alleen maar ruimer omdat de volgende vlucht ook weer vertraging had. Tjonge, met de auto op pad gaat sneller, hoor. Maar niet geklaagd: na een dagje kort vliegen en lang wachten kwamen we nog nèt met daglicht aan op onze bestemming. Madeira!

Hier zie je op de achtergrond het vliegveld liggen, vernoemd naar de voetballer waar alle Portugezen apetrots op zijn, Cristiano Ronaldo. In 2000 is dit vliegveld gerenoveerd. Was voorheen de landingsbaan maar 1600 meter lang, gelukkig hebben ze die kunnen verlengen naar 2780 meter. Dankzij de bergachtige omgeving was het niet mogelijk om de baan verder landinwaarts te bouwen dus heeft men die maar de andere kant opgebouwd, richting de zee. Madeira heeft nu een landingsbaan die gedeeltelijk in zee staat en gebouwd is op betonnen palen. Dat ze die hebben verlengd, vind ik trouwens helemaal niet erg. Op een baantje van maar 1600 meter moeten landen, brrr…….

Weer opwarmen

Na een weekje in Nederland te zijn geweest, kwamen we gisteren in de loop van de middag weer aan op onze berg. Op le Météo werd sneeuw voorspeld en ook op de matrixborden boven de weg werden we gewaarschuwd voor winterse weersomstandigheden. Uiteindelijk hebben we eigenlijk alleen maar net voor Langres een witte wereld gezien.

Nu mag ik niet jokken, we hebben nog meer sneeuw gezien. In de Ardennen lag ook een wit laagje en dan natuurlijk bij Baraque de Fraîture! Als er sneeuw voorspeld wordt in België dan kun je er bijna vergif op innemen dat het in ieder geval op die plek wit is. Ook kan het daar goed mistig zijn. Het zal wel met de ligging te maken hebben. Het schijnt een van de hoogste punten in de Belgische Ardennen te zijn: 651 meter hoog. Grappig hè, ik zou die hoogte gewoon afronden en op safe gaan. Zeggen dat de hoogte ca. 650 meter is, dan zit je altijd goed. Misschien is het bij nameten wel 651 meter en 43 centimeter of 649 meter en 18 centimeter. Dit soort dingen bedenk je dus allemaal als je deze plek voorbij rijdt!

De meeste mensen die hier rijden hebben het waarschijnlijk niet over de hoogte van de plaats maar over de naam ervan en zullen net als wij, het hebben over ‘Barak de Frituur’. Niet zo gek dat er daar een restaurant staat waar je lekkere friet kunt eten. Een plaats met zo’n naam vraagt daar natuurlijk om!

Wat betreft de voorspelde sneeuw voor Frankrijk; bij Dijon was de witte wereld alweer groen. Het was de hele dag droog en we zagen zelfs regelmatig een zonnetje. Zo achter de voorruit bijna alweer te warm voor een winterse trui. Een prima rijdagje dus. Die winterse trui of het liefst zelfs 2 of 3 winterse truien over elkaar heen konden we wèl gebruiken toen we ons huis binnen gingen. Alsof je de deur van een koelcel opende! Dat werd dus flink stoken en ‘s avonds met een warme kruik naar bed.

Vanmorgen werden we wakker met een dun sneeuwlaagje. Het huis kon nog wel wat meer warmte gebruiken, dus werk aan de winkel voor onze ‘houtman’!

Ernest mag kruien en mijn sport is dan om de mand zo vol mogelijk te stapelen met de houtblokken, zonder dat die hoge toren in elkaar stort natuurlijk.

Die mand is zo weer leeg maar de temperatuur hier binnen is op dit moment alweer gestegen tot 17 graden. Het gaat de goede kant op.

Schaars

Terug naar onze berg reden we langs deze mooie velden vol zonnebloemen. Ondanks het feit dat de foto uit een rijdende auto is genomen, valt de kwaliteit nog best mee.

Ik ben trouwens benieuwd hoe het met onze eigen toekomstige zonnebloemen zal gaan. We hebben een paar pitten in de grond gestopt en ik hoop dat er toch wel wat van zal opkomen. Mits die pitten natuurlijk niet opgegeten worden door de woelmuizen!

Over zonnebloemen gesproken, we gingen vanmorgen boodschappen doen en zagen dit papiertje bij de ingang hangen.

We liepen even langs de schappen waar de flessen zonnebloemolie en de potten mosterd staan. De schappen waren redelijk leeg, ondanks het feit dat de zonnebloemolie op dit moment wel 3,75 per liter kost.

Zonnebloemolie is momenteel duur en schaars als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Maar wat bedoelen ze nu met die opmerking over de moutarde? Waarom mag men maar 1 pot mosterd per klant meenemen?

Het gaat hier voornamelijk over de echte Moutarde de Dijon en in een krantenartikeltje werd het volgende erover verteld. De mosterd uit Dijon wordt gemaakt van bruine mosterdzaadjes die veelal gekweekt worden in Canada. Door grote droogte vorig jaar is helaas de oogst daarvan mislukt. Ook in Oekraïne en Rusland worden deze mosterdzaadjes gekweekt maar is de productie ervan door de oorlog verstoord en dreigt er nu van die zaadjes ook een tekort. Kortom, voor het geval dat klanten op de hamstertoer gaan en er straks helemaal geen zonnebloemolie of mosterd meer te krijgen is, heeft men dus dat papiertje opgehangen.

We reden daarna nog even langs de benzinepomp en zagen de prijs van de dieselolie. Een liter hiervan is goedkoper dan een liter zonnebloemolie! Jammer eigenlijk dat je die dieselolie niet in de keuken kunt gebruiken maar om daar nu bijvoorbeeld de frietjes in te gaan frituren, lijkt me niet echt een gezond plan. Andersom wordt overigens wel gedaan: er zijn auto’s die op frituurolie rijden!

Aan de andere kant van de zee

Afgelopen week zijn we druk bezig geweest in en om het huis. Alles moest weer in de zogenaamde ‘vakantie modus’ gezet worden. We zijn namelijk weer eventjes op pad.

Dit keer is de Ierse Westkust aan de beurt. Vanuit Roscoff in Bretagne hebben we de nachtboot naar Cork geboekt. Bretagne is bij ons vandaan zo om en nabij een duizend kilometer rijden. Net zover als een ritje naar Utrecht. Wat een groot land is dat Frankrijk toch!

Gisterochtend zijn we al vroeg vertrokken om ‘s avonds op tijd bij de veerboot aan te komen. Het zal je toch niet gebeuren dat je bij de haven aankomt en je dan net de boot om het hoekje ziet verdwijnen! We gaan met eigen auto en hebben ook de fietsen bij ons.

De rit naar Roscoff was lekker rustig maar die rust was bij de haven al snel verdwenen. Volle bak op de veerboot. Ierland is bij de Fransen behoorlijk populair, vermoeden we. Na een rustige nacht met weinig deining kwamen we na dertien uur varen in Cork aan.

Hieronder vaart de boot langs Cobh, een plaats dat tegen een helling is gebouwd met te midden van de kleurige huisjes de St. Colman’s Cathedral. Even verderop legt de boot in de haven aan. Toen we zo langs Cobh kwamen, vertelde een Ier die naast ons op het dek stond dat deze plaats verbonden is met de Titanic. Het was de laatste aanlegplaats waar de passagiers aan boord konden komen voor de overtocht naar Amerika.

Op de voorruit van de auto hebben we een rode pijl geplakt, net zoals de vorige keer toen we naar Schotland zijn geweest. Links rijden dus, betekent dat. Altijd even wennen maar nadat we wat rotondes keurig linksom hadden genomen zonder veel boze blikken van de andere weggebruikers te hebben gekregen, waren we al snel Cork uit en zijn we via een rustige route naar onze eerste bestemming gereden.

De eerste week verblijven we in een huisje in het zuidwesten van Ierland, in de omgeving van Killorglin met uitzicht op het Caragh Lake.

Mooi landelijk gelegen, aan het einde van een smal weggetje en te midden van heel veel schapen, die regelmatig onder de afrastering doorkruipen en bij ons even komen gluren.

Een andere manier van muurtjes stapelen dan in de Ardèche. Hier worden veel meer platte stenen gebruikt, wat volgens mij makkelijker is.

Veel gele struiken waarvan we eerst dachten dat het brem was maar bij nader inzien gaspeldoornstruiken bleken te zijn. Mooie gele bloemetjes, wat donkerder dan de bloemen van de brem.

Genietend op een bankje in de zon, met uitzicht op ‘ons’ meer hebben we al tegen elkaar gezegd dat we wat betreft deze eerste week geen verkeerde plek hebben uitgezocht!