* In DLVuurtorenwachter plaatst Flor Vandekerckhove sinds 1988 columns, herinneringen, leesnotities, (mini-)essays, polemieken, verhalen, gedichten… ******** ************* *********** [ISSN 3041-6442] ***** 'Deze vuurtoren belicht de verdwijnende wereld van een babyboomer/soixantehuitard.' ******** ****
maandag 23 september 2024
Ren, zeewind, ren
dinsdag 17 september 2024
Nu is er de ONE, maar een Baelskaai 1 is daar vroeger nooit geweest
Links wijs ik naar het imposante gebouw op de hoek van Baelskaai en Vuurtorendok, de ONE. Rechts: een historische foto van de huizen die het nieuwe gebouw in zich opneemt. (foto Oededuukker.) |
Toen ik er woonde⇲, op de hoek van Baelskaai en Vuurtorendok, was dat in huisnummer 2. Een nummer 1 is daar nooit geweest. Oededuukkers zwart-witfoto toont hoe dat komt: daar waar die foto, vooraan links, weelderig groeiend struikgewas toont, kon nog een huis gezet worden, wat nooit gebeurd is. Komt dat doordat al vlug beslist werd daar het Vuurtorendok uit te graven? Waarna we — ge weet hoe we zijn — daar een beetje over speculeren.
Uit enig over en weer geschrijf leer ik dat het lang duurt voor dat dok er effectief komt. Danny Pylyser: 'De werkzaamheden aan het Vuurtorendok zijn gestart in 1976. Het dok was oorspronkelijk bedoeld als ligplaats van de Jetfoil onder P&O. Later is die Jetfoil overgeheveld naar de RMT en het dok heeft nooit voor de Jetfoil gediend.' Willy Dumarey woonde destijds met zijn ouders in de Victorialaan. Foto’s uit ’69, ’73 en 75 tonen inderdaad dat daar in die tijd geen Vuurtorendok is. Wat niet wil zeggen dat er niet al langer indringende (voorbereidende?) werken aan de gang konden zijn. Dat vermoeden komt van commentaren op iets wat ik postte over de motorcross in dat gebied⇲. Oud-schepen Jacques Deroo van Bredene: 'Ik was ongeveer 16 en zwom daar in een plas water. Het dok had nog geen randen, de boord liep schuin in het water. Was het 1965 of 1966?’ Dr. Pierre de Maeyer bevestigt, hij komt in 1962 als knaap in Bredene wonen. ‘Eigenlijk heb ik dat uitgegraven dok daar altijd weten liggen. Het was een grote zandput, met centraal daarin vermoedelijk grondwater. Rond dat water was er een strook van een dertigtal meter zand. Na de verschillende beklimmingen van de duinen door de crossers werd het kasseibaantje, dat er nu nog ligt (asfalt), overgestoken en zo naar beneden gedoken om verder helemaal rond het dok-in-wording te rijden, terug over het baantje, naar de startplaats. De crosser op de tweede foto rijdt richting dat baantje, om dan naar beneden te duiken naar het dok. Het bouwen van die kaaimuren heb ik nooit gezien. Dat is zeker van na 1967. ik studeerde toen in Gent en had geen tijd meer om daar rond te hangen. Wat oud-schepen Deroo vertelt over dat zwemmen in die plas, 1965-1966, klopt dus.’ Guido van Landeghem: 'Op de plaats van de vijvers stonden grote bunkers, de waterpartijen vormden zich na afbraak van die bunkers.' Besluit: dat water uit de jaren zestig had niets met het Vuurtorendok te maken, dat dok dateert van 1976, hieronder nog een foto van die werken.
| Bouw van het Vuurtorendok, 1976. |
| De e-boeken (pdf) van De Lachende Visch zijn gratis. Mail erom (en vermeld de titel): liefkemores@telenet.be⇲. |
donderdag 18 juli 2024
Maurice en de god Dionysos: 'uw oude mannen zullen dromen dromen.'
Uw jonge mannen zullen visioenen zien, en uw oude mannen zullen dromen dromen; Freud. Deze zijn niet dronken, zoals u veronderstelt. Wonderen en tekenen. De zon veranderde in duisternis en de maan in bloed. Pinksteren is waanzin. De god is Dionysos⇲.
maandag 24 juni 2024
Mong De Vos en ik
Mong De Vos⇲ (2006) is een sculptuur van Martine Labbeke die ook Wachtende vissersvrouw⇲ op ’t kerkplein van de Opex in Oostende gemaakt heeft en Mutse de kasseilegger⇲ (2010) in Eernegem; drie keer brons, drie keer dezelfde stijl, drie keer volkse figuur. Ze maakt ook aquarellen en ze schrijft bij gelegenheid al eens een gedicht⇲. Vreemd is dat een beeldhouwster die in de streek met drie beelden in ’t openbaar domein aanwezig is nauwelijks sporen op ’t internet nalaat, geen bio, geen website, geen adres, geen bladzijde op Wikipedia, geen foto. Op LinkedIn lees ik dat ze ‘kunstenaar bij Geen meer' is, wat me ’t ergste laat vermoeden.
Het verhaal van Mong De Vos⇲ is een sage. De wijk zou zijn naam aan de even roemruchte als folkloristische strandjutter te danken hebben: de Vosseslag is dan ‘De Vos zijn slag⇲’, waarbij slag synoniem van weg is (vandaar ook afslag, zijweg) de Vosseslag is de weg waarlangs strandjutter De Vos naar ’t strand trekt. Tot zover wat iedereen denkt.
Nu volgt iets wat alleen ik denk. In mijn hoofd is een slag ook iets waarmee de stroper dieren vangt, een tuig dat dichtslaat. Dan wordt Vosseslag de plek waar De Vos zijn vallen zet. Ik weet niet hoe het komt dat ik dat denk, nergens vind ik iets wat me in deze bevestigt, ook niet in het Vlaams woordenboek⇲ dat nochtans met zo’n dingen bezig is. Weet je wat? Ik vraag 't aan professor Magda Devos⇲, geen familie van Mong, wel een van de bezielers van het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten⇲, alleen zij kan me op andere gedachten brengen, dat was vroeger al zo en dat is vandaag niet anders. (°)
zaterdag 1 juni 2024
Naar de andere vuurtoren
Dit jaar is ’t met Sinksen al zover. ZWIEPE! Zie me daar liggen, bloedend als een varken, ferme buil op mijn hoofd, baret in ’t sop, verwoede pogingen ondernemend om weer te been te komen, wat — dat kan elke 75-plusser je wel zeggen — ver van evident is.
Polleke de kat zegt: ‘Je moet naar ’t oosten waden, daar heb je niet zo’n golfbrekers.’ Ik antwoord: ‘Da’s waar, maar ik wil naar de vuurtoren.’ Doordat hij altijd een weerwoord klaarstaan heeft, repliceert Polleke: ‘De Vosseslag⇲ heeft ook een vuurtoren.’ Ja, ook dat is waar. Ik werp nog tegen dat de vuurtoren van Guillaume Bijl⇲ geen échte is. ‘Geeft niet,’ zegt Polleke, ‘Jij bent ook geen echte vuurtorenwachter. Een valse wachter past perfect bij een valse toren.’ Waardoor het woord bewaarheid wordt dat zegt: de waarheid komt uit een kattenmond.
En zo komt het dat De Laatste Vuurtorenwachter vanaf heden niet één maar twee vuurtorens heeft. Een heet Lange Nelle⇲ en ligt aan de oorsprong van mijn nom de plume⇲, daar wandel ik voortaan alleen nog heen als ik mijn voeten droog houd, bij vloed dus, in storm en ontij, in wintertijd… De andere heet ‘de toren van Guillaume Bijl’⇲, daar trek ik nu telkens naartoe als ik het wadend doe.
Flor Vandekerckhove⇲
zaterdag 20 april 2024
Ziet u daar de torenvalk nog vliegen?
| De spiraalvormige, opwaartse vlucht van de torenvalk, an artist impression of course. |
maandag 15 april 2024
Mijmeren onder de boeg van de Vindictive
De digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch zijn gratis. Mail erom (en vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be⇲. |
zondag 31 maart 2024
Heisa
Mijn jongste publicatie is een e-boek dat 200 verhalen bundelt. ’t Zijn extreem korte verhalen, soms drie lijnen, soms maar één; speciaal geschreven voor internetlezers waarvan men zegt dat ze een korte spanningsboog hebben, ’t is dus echte internetliteratuur. Meer: elk van die verhalen kan ‘getagd’ worden, aangeklikt. Wie dat doet komt op m’n YouTubekanaal terecht, waar ik dat verhaal voorlees, declamatie die ik lardeer met beelden en muziek. Eerder had ik al iets soortgelijks gedaan met Gauw!⇲, waarin ik over mijn kindertijd vertel, in dat boek krijgt elk hoofdstuk een tag die de lezer desgewenst naar een muziekje uit het aldaar besproken jaar leidt.
De digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch zijn gratis. Mail erom (en vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be⇲.
dinsdag 16 januari 2024
Herinneringen aan de Oosteroever, toen nog (Oude) Vuurtorenwijk, a.k.a. de Viertorre
![]() |
Het rijnschip Arthur loopt van stapel op de helling van scheepswerf Panesi aan het Visserijdok in Oostende. Rechts Hendrik Baelskaai, links Vismijn. (Foto Luc, 1958) |
Arno sloeg de nagel op de kop. Zo zagen buitenstaanders ons inderdaad — wij, de velen die 'an de viertorre' werkten en de weinigen die er woonden — alsof we allemaal kwaad op elkaar waren. ’t Had met het zware werk te maken, met gure zeewind NNO, zout op onze huid, roestend ijskoud ijzer en barre werk- en woonomstandigheden. De hoogtijdagen van de Oostendse visserij lagen toen al ver achter ons en als de wijk in die tijd nog iets uitstraalde was het een soort van uitgedoofde verbetenheid om het zolang mogelijk uit te zingen, iets wat in onze manier van spreken, kijken, bewegen (en schrijven) tot uiting kwam. We riepen ook altijd tegen elkaar, om onze stem boven ’t zeegedruis te verheffen en boven ’t gebulder van scheepsmotoren, en we deden dat ook nog als ’t stil was. Waardoor het inderdaad leek alsof we allemaal kwaad op elkaar waren.
Er was niet alleen de kwijnende visserij. Er was ook leegstand, een verlaten diepvriesfabriek, de verlaten scheepswerf van Seghers, een verlaten militaire basis, verlaten dit en verlaten dat. Er was onkruid dat uit de stoep omhoogschoot en door niemand werd verwijderd, houtwerk dat niet langer geschilderd werd, een schoorsteen die aan diggelen gevallen was en daar bleef liggen… Er waren scheepswrakken waarop verworpenen der aarde overnachtten en ook spoten, dingen die het daglicht niet mochten zien. Er waren mensen die al eens een matras aan de kant achterlieten en een kapotte lavabo. Er waren enkelingen die, tegen beter weten in, uit de vaart genomen scheepjes probeerden te renoveren, eerst dagelijks, dan maandelijks, dan nog een enkele keer, dan helemaal niet meer.
Dat had wel iets, die sfeer, ik hield er wel van, maar ’t kon niet blijven duren. Daar moest ik weer aan denken toen ik gisteren over de Slipwaykaai naar de Buskruitstraat toe wandelde. Het lang geleden al uit de vaart genomen houten vissersvaartuigje Siol⇲ dat nu nauwelijks nog aaneenhangt, de twee vervallen scheepshellingen wier aanblik ons valselijk zegt dat ze honderd jaar geleden al in onbruik raakten.
Wat blijft is de herinnering aan een tijd waarvan Arno zei: ‘Het is alsof de mensen hier allemaal kwaad zijn op elkaar.’ Toen hij in 2019 zijn wondermooie Oostende bonsoir op plaat zette, zijn nostalgische lied over de stad, inspireerde die herinnering me om daar een antwoord van de Vuurtorenwijk tegenover te plaatsen: Elk z'n goeienavond⇲.
Flor Vandekerckhove⇲
woensdag 10 januari 2024
New York of de vuurtoren
ZOVEEL WOORDEN dat ik destijds nodig had om iets gezegd te krijgen! Dit essay verscheen in april 1993 in Write It Again Sam, soortement fanzine⇲ met als ondertitel: ‘Het minst verkochte tijdschrift ter wereld.’ Het tijdschriftje werd op 1000 exemplaren gratis verspreid. Ik zie dat ik toen al dingen onderzocht die ik nog steeds bevraag. Onderweg is het plantje uiteraard gegroeid, ’t is als een bonsaiboompje geleid en bijgesneden, plant die overigens nog steeds aan ’t groeien is, maar de basis werd toen al gelegd: ‘Vanaf nu is er geen kunstcentrum meer — leve het gebied rond mijn vuurtoren!’Vandaag zou ik dat ongetwijfeld niet meer op die manier schrijven, ik zou er een kritiek op het provincialisme aan toevoegen en ik zou dat alles ook met een pak minder woorden doen, ik heb inmiddels goed leren schaven, maar goed, dit is wat ik toen dacht, dit is hoe ik het in 1993 schreef, met als titel ‘De avant-garde? Welke avant-garde?’ Wie opmerkt dat ik me het begrip avant-garde op oneigenlijke wijze toe-eigen, ziet daar hopelijk ook de humor van in.
(2) Robert Hughes. ’Kritisch, in vredesnaam kritisch’ op p. 14;
(3) Piet Thoenes. ‘Over vooruitgang’. op p. 23;
(4) Maurice Nadeau. ‘De prins van nachtelijk Parijs’. op p. 74-75.
woensdag 27 september 2023
Vijf geïnspireerd door Lange Nelle
![]() |
Wie in ’t licht van de vuurtoren opgroeit, wordt er blijvend door geïnspireerd. Bij mij resulteerde dat al in een gedicht, een essay, in een herinnering, een literaire beginselverklaring en een verhaal. (Flor Vandekerckhove⇲) |
- Gedicht. In de vuurtoren test de vuurtorenwachter zijn laatste internetaankoop, een schommelstoel. Intussen vergaat de wereld: Mijn laatste internetaankoop⇲
- Essay. Wat is dat eigenlijk, wat mensen met vuurtorens hebben? Ik ga te rade bij William Turner en Virginia Woolf: Op zoek naar het vuurtorengevoel⇲
- Verhaal dat al in 1988 gepubliceerd werd, in het eerste nummer van cultureel tijdschrift Vivaldi. nu staat het ook in de blog. De vuurtorenwatcher⇲
- Herinnering aan onze kinderjaren. Vuurtorens staan voor ‘geborgenheid’, voor ‘licht in de duisternis’, voor de zekerheid dat er een thuis(haven) is: Kent u het vuurtorengevoel⇲
- Poëtica. Van deze literaire beginselverklaring bestaan ook politieke, sportieve, landschappelijke en psychosomatische varianten, maar die zijn voor later.: Mijn poëtica⇲
![]() |
De e-boeken (pdf) van De Lachende Visch zijn gratis. Mail erom (en vermeld de titel): liefkemores@telenet.be⇲. |
dinsdag 12 september 2023
De vuurtorenwatcher
![]() |
Hendrik Baelskaai 2. Het huis naast de vuurtoren, waar ik van 1988 tot 1996 gewoond heb. Uit het raam hangt het schilderij 'Madonna zeemeermin' (werk van PIAS). Op de benedenverdieping is het kantoor van Het Visserijblad⇲. Het huis bestaat niet meer. Daar zijn nu luxueuze flats gebouwd, het gebouw heet nu Baelskaai One. |
[Het kortverhaal De vuurtorenwatcher werd in 1988 gepubliceerd, in het eerste nummer van cultureel tijdschrift Vivaldi⇲. Nu, 35 jaar later, staat ’t ook in De Laatste Vuurtorenwachter. Omdat ik inmiddels veel minder woorden nodig heb om iets gezegd te krijgen en ook omdat ik mij achter de ijsbergtheorie⇲ van Hemingway schaar, is De vuurtorenwatcher nu veel korter, maar ’t blijft ’t zelfde verhaal; mijn eerste proeve van surrealisme light⇲, besef ik ineens.]
donderdag 16 januari 2014
Op zoek naar het vuurtorengevoel
![]() |
| Zeedijk Oostende. Rock Strangers van Arne Quinze. |









