Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label Herinnering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Herinnering. Alle posts tonen

donderdag 12 maart 2026

Het eendje van opa

 

Mijn ouders waren in Hoorn komen wonen om meer van hun kleinkinderen te kunnen meemaken. 
Zij pasten ook op die kleinkinderen toen wij naar het ziekenhuis vertrokken voor de bevalling van ons jongste kind. 

Die zoon werd in het ziekenhuis geboren. 
Het was op zondagmorgen, om ongeveer elf uur. Het was een tamelijk voorspoedige bevalling, gewoon in de ochtend  en ik was vrij snel bij mijn positieven. 
Mijn ouders konden dus ook snel komen kijken met de andere kinderen. 

Mijn vader had een cadeautje bij zich. En dat was dit eendje. 

Voor alle kinderen had hij wat gemaakt bij hun geboorte. 
Voor onze oudste zoon een garage, voor onze dochter een poppenhuis. Van allebei weet ik niet meer wanneer we die kregen.
Het waren hele mooie werkstukken en er is ontzettend veel mee gespeeld, maar mijn vader zal ze niet meegesleept hebben naar het ziekenhuis. 

Van dit eendje weet ik nog heel precies dat hij het aan me gaf, daar in dat ziekenhuisbed. De zon scheen een klein beetje naar binnen en het was een prachtig moment. 

Ook met dit eendje is trouwens heel erg vaak gespeeld.Vooral natuurlijk door de jongstse zoon toen die leerde lopen en later door alle kleinkinderen. 
Als je het voort trekt, gaan de vleugels bewegen. Het was echt een geliefd stuk speelgoed. 
Dat zie je er dan ook aan af, dat het veel is gebruikt  en dat maakt het juist mooi. 

Ik moet echt opruimen in ons huis en naar het nieuwe huis wil ik het niet meer meenemen. Daarom hoopte ik heel erg dat Dirk het zelf wilde hebben. 
Onze kinderen zijn niet erg van het meenemen, dus ik had er een hard hoofd in. Maar gelukkig, hij deed het.  

En ik verbeeld me dat mijn vader tevreden toekijkt...


(Wat witte dingetje op het voorpootje, voorwiel betreft. Ik zie het nu pas op de foto en ik ik heb geen idee. Zal wel een stickertje zijn dat iemand er ooit op heeft geplakt. )

En dank allemaal voor de leuke reacties op mijn bericht van gisteren!

donderdag 13 maart 2025

Van moeder, naar dochter, naar kleindochter, naar achterkleindochter

 





Anna wilde me iets laten zien op haar kamer. En dat was niet deze naaidoos. 

Maar die zag ik wel en ik vond het zo leuk! Hij staat er al lang hoor en dat wist ik ook wel, maar deze keer raakte het me. 
Hij stond natuurlijk eerst bij mij, toen een tijd bij mijn nichtje. Allebei wilden we hem eigenlijk niet meer neerzetten, maar wegdoen kon ik ook niet. 
Toen is-ie naar onze dochter gegaan en heeft inmiddels dus een plekje gekregen bij Anna. 
'Ik vind hem heel handig', zei Anna, 'er kan veel in en het is ook heel handig dat je met de deksels dicht  niet ziet dat het rommel(ig) is'. 

Ik vond het zo leuk ineens dat ik er maar een paar foto's van maakte en vervolgens bedacht hoe leuk mijn moeder dit gevonden zou hebben. 
Zij naaide veel, mijn moeder en was aan dit ding gehecht,  dat weet ik zeker. 
Ik kan nog voor me zien wat er toen aan naaimateriaal in zat. Ik keek er vaak naar vroeger en vond het als kind ook leuk om die spulletjes op te ruimen. Al die (houten)klosjes garen netjes neerzetten. Proberen het stokoude speldendoosje open te krijgen, wat me nooit lukte. De centimeter die ik nog steeds heb, evenals de vingerhoed... 

Ik heb nu gezegd dat als ze er genoeg van krijgen daar, dat ik hem dan weer terug wil. 
Nog niet antiek. 
'Maar wel bijna', zei Anna. 


zaterdag 22 oktober 2022

Beste Bettie

 


In Antwerpen zag ik deze brievenbus. Echt een gewone, rode brievenbus, maar wel met een grappige tekst erbij: More love letters, please.
En ik dacht ja, dat zou nog eens leuk zijn, meer liefdesbrieven. 

Ik denk niet dat het nog veel gebeurt. 
In mijn jonge jaren wel, ik had ooit een vriendje in een andere stad en hij schreef me echte, onvervalste liefdesbrieven.  Maar ik heb ze niet bewaard. 

Mijn moeder had een heel stapeltje, samengebonden met een lintje. Brieven gewisseld tussen haar en mijn vader. 
Ze heeft ze zelf niet weg kunnen doen, maar vroeg mij om ze te vernietigen na haar dood. Dat heb ik gedaan, ik heb ze,  zonder ze te lezen, verbrand. Daar heb ik nu, bijna twintig jaar later spijt van, maar toen voelde het goed. 

En dan nog even over mijn eigen allerliefste man. 
Toen wij net verliefd waren op elkaar, moest hij een tijdje werken in Engeland. Dat was een vervelende onderbreking toen,  daar in onze zevende hemel. Maar ja, het was niet anders.

Het was nog ver voor de mobieltjes, telefoneren vanuit Engeland was toen een heel gedoe, kortom de communicatie verliep niet zo soepeltjes , maar gelukkig was daar de post. 
Ik rende dus iedere dag naar de brievenbus en ja hoor, eindelijk, eindelijk was daar een kaart. Geen brief, maar een kaart. Tssss, dat was al het eerste dingetje. 
En dan de aanhef op die kaart? Beste Bettie...
Ik weet het nog goed: diep teleurgesteld was ik. Wat een kille aanhef: Beste Bettie.  
Daar had op z'n minst lieve moeten staan. Of liefste of allerliefste. 

Enfin, het is meer dan goed gekomen hoor, maar ik herinner hem er nu, vijfenveertig jaar later,  nog wel eens aan. 

vrijdag 13 mei 2022

Dicht bij mijn vader

 

We waren een dagje, nou ja, ochtendje in Zevenbergen. En twee nachten ook trouwens.
Huh? Zevenbergen? Hoezo? 

Nou dat kwam omdat Zevenbergen de plaats is waar mijn vader ter wereld kwam. 
Ik vond het zo raar dat ik daar nog nooit geweest was, dat we er maar eens iets aan hebben gedaan. 
Ik wilde gewoon daar gestaan hebben waar mijn vader werd geboren. 
Ik denk trouwens dat mijn vader er zelf ook niet vaak geweest zal zijn. 
Het kwam toevallig zo uit dat hij daar werd geboren,  omdat zijn ouders daar met het schip lagen. 
En zo  kwam het dat mijn grootmoeder Neeltje in Zevenbergen beviel. 

Maar ja, waar moest ik naar toe. Ik zag helemaal geen haven, alleen een soort gracht. Daar kon dat schip nooit hebben gelegen. 
We trokken naar de markt. (Ik ben overigens dol op huizen als Marktzicht, vooral als ze dan ook echt zicht op de markt hebben, maar dit terzijde). 

En ik dacht ik ga eens vragen. 
Op een bankje zat een ouder iemand, hij zag er uit als een autochtoon en bleek dat desgevraagd ook te zijn. 
Ik vroeg hem of hij misschien wist waar die haven geweest zou zijn in 1916.

'Oh ja', zei hij, 'die is daar geweest waar nu die gracht is. De haven is gedempt en die gracht is er voor in de plaats gekomen.
Maar wanneer is uw vader geboren?' 
Dat was op 17 december. 
'Nou', zei hij, 'dan was het schip misschien wel geladen met suikerbieten, want dat is zo in die tijd van het jaar. En kijk, er was hier altijd een suikerfabriek. Die is er trouwens nog,  maar niet meer in gebruik. Eigenlijk moet u daar eens even gaan kijken. Het heet nu Zuidhaven daar'.
Ik had het zelf niet bedacht, maar het leek me zo logisch ineens. Dat van die suikerbieten. 
Dus natuurlijk gingen we kijken.


En lopend langs die gracht zagen we de suikerfabriek al liggen. Ook de nieuwe fabriek trouwens. 


Thuisgekomen heb ik nog eens even goed gezocht in de papieren van mijn vader. 
Daar zit een soort logboek bij, dat mijn grootvader bijhield van de reizen die hij maakte. Zijn administratie. 
En ja hoor, er werden inderdaad suikerbieten gevaren in december 1916.  'Bieten voor Zevenbergen'. Het staat er. 


Wel gek dat hij niet eens even aantekende dat zijn tweede zoon was geboren daar, in Zevenbergen. Enfin, ze hebben er een tijdje gelegen en in januari was de volgende reis. Van Zevenbergen naar Rotterdam. 

En ik? Ik had niet dichterbij kunnen komen, denk ik. 

zaterdag 30 januari 2021

Hindelooper schilderwerk



Mijn moeder was,  evenmin als haar enige dochter, niet heel erg creatief. 
Handig was ze wel, ze kon heel goed naaien, goed breien en borduren en heel goed koken. In dat koken was ze wel creatief trouwens. 

Voor alle duidelijkheid, met creatief bedoel ik dat je zelf dingen verzint,  zoals wanneer je tekent of schildert. Maar dit terzijde, want daar zou je nog wel een discussie over kunnen voeren. 

Dus toen ze, ik denk dat ze al rond de zeventig was,  ineens zei dat ze ging schilderen, waren mijn vader en ik nogal verbaasd en dat is zwak uitgedrukt. We werden er ook erg vrolijk van. 
Tot bleek dat het ging om een cursus Hindelooper Schilderwerk. 
Ha, dat was heel wat anders. 
Ik heb nog twee dingen die ze  maakte. De plantenbak die je hier ziet en voor mij heeft ze een naaidoos gemaakt, een groene doos ook, zelfde kleur als de plantenbak.  En gevuld met alles waarvan ze dacht dat ik het nog wel eens nodig zou hebben. Zo lief. 

Maar dat schilderen,  was dus allemaal voorgeschreven hè. De achtergrondkleur en de patroontjes en hoe die bloemetjes dan geschilderd moesten worden.  Ze heeft er veel plezier aan beleefd en ik  heb er ook nog steeds plezier van. Toevallig is groen mijn lievelingskleur, dus dat past hier heel goed. 

Ik hoopte in Hindeloopen een en ander op dat gebied te zien, maar op een paar naambordjes na, viel dat tegen. 
Maar dit zag ik wel en dat maakte  het ruimschoots goed!!! Het waren luiken die zo versierd waren. 



vrijdag 22 januari 2021

Egel

 


En dan was er ook nog een gedicht over een egel, daar in Broek in Waterland. 
Ik las het en was ter plekke terug in een zomer lang geleden. 

Een prachtige zomeravond was het, zo'n avond dat je lekker buiten kunt zitten. 
Mijn man was er niet, die zat op cursus in Duitsland. 
De kinderen sliepen en het was (op de afwezigheid van de man na) een perfecte avond. 
Tenminste, dat was het tot ik geritsel hoorde. 
Geritsel inderdaad 'of een man daar sloop'.  
Onze tuin was behoorlijk begroeid, maar niet groot. Dus ik kon me niet voorstellen dat een man daar sloop.. Toch was het raar. 
Natuurlijk ging ik op onderzoek uit. Hoorde niks, zag niks,  maar als ik dan weer ging zitten was daar weer dat geritsel. 
Eerst alleen maar irritant, maar het werd steeds erger. 
Enfin, op een bepaald moment werd ik toch bang. Bang dat het een rat was. 
Wist ik veel. Ik ben bang voor muizen en ratten. Muizen hoor je niet, maar van ratten wist ik dat zo net nog niet. 
Kortom, ik raakte er van overtuigd dat er een rat zat. Die dus niet wegging. 
Ik werd echt bang en uiteindelijk schakelde ik mijn buurvrouw in. Ze kwam kijken, vond ook niks. We gingen zitten, hoorden het geluid weer, gingen kijken en dan was het weer doodstil. Dat ging een hele tijd zo door. Heel raar. 
Enfin, na een lange tijd ontdekten we eindelijk wat het was. Het was inmiddels bijna donker, maar we zagen nog net het mooie snuitje van een egel. Hij kroop niet weg en zijn kraaloog keek.

Een schatje was het. We hebben hem die zomer nog vaker in onze tuin gesignaleerd. De volgende zomer en de jaren daarna nooit meer. Jammer eigenlijk. 


dinsdag 6 oktober 2020

Zwemmen

Toen Anna af ging zwemmen, dacht ik ook nog even terug aan mijn eigen afzwemmen. Voor diploma A .
Dat vond plaats in het Sportfondsenbad in Dordrecht. 
Ik was vijf en mijn moeder fietste met me op en neer naar dat zwembad voor zwemles. Dat was van waar wij woonden best nog een eind. 
Na afloop trakteerde ze ons op een haring. Ik kan nog altijd de combinatie chloor en haring ruiken. 
 
Ik heb zwemmen altijd fijn gevonden, ook toen ik zwemles had en ik deed het ook goed volgens de verhalen. 
Maar ... heel precies en tergend langzaam.  Mijn moeder,  die ook niet de geduldigste was,  heeft vaak aangehaald dat ik bij het afzwemmen  zo langzaam ging,  dat iedereen in het zwembad zich op zat te winden over dat kind dat maar niet vooruit leek te komen. Iedereen moest wachten tot ik eindelijk mijn baantjes had getrokken.
 
Hoe dan ook, ik heb er beslist geen trauma aan over gehouden. . Sommige mensen hebben dat hè, vaak genoeg gehoord en dan ging het vaak over die griezelige hengel. Ik heb nooit aan de hengel hoeven hangen gelukkig, want dat leek me ook best eng. 

 Ik kreeg een tegeltje, met mijn naam en de datum  er op en de vermelding dat ik 'aan de gestelde eisen had voldaan'. 
Die zin van de gestelde eisen, die zin begreep ik pas veel later. 
Niet toen ik zes was!
Bovendien vond ik die vis heeeel eng kijken. 
 
Toch heeft het tegeltje jaren boven mijn bed gehangen en pas onlangs heb ik het weggegooid, gelijk met al mijn zwem/school/type/verkeersdiploma's.
 
Nu ik erover nadenk, heb ik toch een traumaatje. 
Het was in mijn tijd nog niet zo dat iederéén zwemles kreeg. 
En zeker niet met vijf of zes jaar. 
 
Ik dus wel, maar ik was en ben nogal klein. 
Het is me heel vaak gebeurd, ook later nog, dat ik door een badmeester uit het water werd gevist, omdat ik in het diepe was en dat niet werd vertrouwd. 
Oh wat had ik dan de pest in. En soms moest ik dan ook nog eerst mijn kunsten vertonen voor ik verder vrij mocht zwemmen. 
Ik had later wel een oplossing bedacht. Deze: 
Ik heb er vrij lang over gedaan, maar uiteindelijk durfde ik van 'de hoge' te springen. 
En toen ik dat eenmaal durfde,  klom ik naar boven en bleef dan net zo lang boven op die plank staan kleumen,  tot er een badmeester keek.  En dan sprong ik. 
Dan had-ie dat maar gezien en zou hij wel niet meer twijfelen aan mijn kunnen. 

Zwemmen en schaatsen, de enige sporten waar ik echt veel plezier aan heb beleefd. Verder ben ik a-sportief. 
Onze eigen kinderen niet. Die hebben gezwommen,  gevoetbald, getennist en geturnd en hard gelopen. En op een na kunnen ze ook goed schaatsen. (Namen noem ik niet). 
Ik hoop dat onze kleinkinderen van alles zullen proberen.  Anna hockeyt al een tijdje en vindt het heerlijk en Odin, die zag ik gisteren op een filmpje hardlopen met z'n vader. Hij is nog maar vier, maar je kunt al zien dat hij er aanleg voor heeft.
Maar eerst zwemmen en schaatsen...

zaterdag 23 mei 2020

De Kist

Toen mijn vader ging varen, bij de Rotterdamsche Lloyd, als machinist, zal hij,  tegelijk,  met zijn uniform, een kist hebben gekregen.
Een scheepskist.
En die kist zal aan boord gegaan zijn met natuurlijk kleding en met alles wat verder nodig was, ook voor varen in de tropen. Misschien deed mijn vader er een foto in van zijn moeder. Hij was nog jong.
Ik zou graag willen weten wat er allemaal in heeft gezeten.
Ik heb het nooit gevraagd.

Mijn vader kreeg na een aantal jaren tbc, moest kuren en dat betekende het einde van zijn carriere als zeeman.
Toen hij genezen was, was het oorlog en hij is niet meer opnieuw begonnen. Misschien was hij afgekeurd, misschien wilde hij niet meer.
Ik heb het nooit gevraagd.

Hoe dan ook: die kist die was er nog.
Ik weet niet beter dan dat die altijd in ons huis heeft gestaan.
Dat hij min of meer in gebruik was als een soort extra tafel.
Er werden dekens in bewaard. Er lag een kleed overheen en er lagen altijd boeken op. En een plant of bloemen.



Ik heb het vast al eens eerder verteld, maar toen mijn vader overleden was en mijn moeder in een verpleeghuis zat, moest ik het huis leegruimen. Met hulp van mijn man. We hebben er een jaar over gedaan, ik vond het moeilijk om keuzes te maken, vandaar.
Maar beslissen over de kist, dat was niet moeilijk. Die mocht gewoon niet weg.
Toch wilde ik hem ook niet in de kamer hebben.
Dus de kist kwam in de schuur terecht, waar hij niet echt van opknapte. Erin zaten spullen die ik verzamelde voor een rommelmarkt. Er op stond ook van alles, een racefiets, troep. De schuur was een bende...
En nu, heeft mijn man hem er uitgehaald en opgeknapt. Dat was echt een project, maar ik ben blij met het resultaat. Heel blij.

Mijn vader was handig en mijn oom Andries ook. Zij samen hadden al eens nieuwe koperen hoekstukken voor het deksel gemaakt, waarschijnijk met het plan om die kist op te knappen.  Het is er niet van gekomen, maar mijn man wist ervan en had de hoekstukken bewaard. Mooi hè.


De bedoeling was dat de kist naar boven zou gaan. Daar wilden we hem dan vullen met speelgoed en of lego.
Maar ja,   de kist is te zwaar voor ons om naar boven te tillen. Daar zullen we hulp voor nodig hebben van onze sterke (schoon)zoons.
Ik wil onze kamer beneden graag vrij leeg houden.  Die is jaren heeel erg vol geweest met een piano en kasten en een box en meer stoelen. Ik hou nu van leeg

Het gekke is dat we nu al een paar weken aan de kist gewend zijn.
En ik denk nu dat hij misschien wel helemaal niet naar boven gaat.
Er ligt geen kleed overheen. Er liggen wel boeken op. En een plant en bloemen...



vrijdag 27 maart 2020

Herinnering aan school

Bij het scannen en schonen van mijn fotoboeken, stuit ik natuurlijk op heel veel dingen van school. Dat we op kamp gingen, dat we de musical hadden, dat we met de trein naar het Anne-Frank huis gingen. Het afscheid, de schoolkranten... teveel om op te noemen. School is jarenlang zo'n groot onderdeel van mijn leven geweest.

Aan het eind van hun laatste jaar, liet ik de kinderen altijd een soort vriendenboekje maken voor elkaar. Een blad met daarop, adres, telefoonnrs, lievelingseten en zo en wat je later worden wil.
En een klein stukje persoonlijk en dat dan voor iedere klasgenoot en voor mij.
Dat betekende dus voor ons allemaal 16 x zo'n blad maken. (Speciaal onderwijs en zestien kinderen was de max). Een hele klus.
Maar ja, we begonnen op tijd en waren ook op tijd klaar. Het leek me zo'n leuke herinnering.
En nu vind ik dus een aantal van die vriendenboekjes. Echt zo leuk om dat allemaal nog eens te lezen. Mijn laatste jaar was in 2011 en ik dacht dat ik me niet iedereen meer herinnerde van de jaren daarvoor.
Maar met de klassenfoto erbij die ik  op dat vriendenboekje plakte, komt alles weer helemaal terug. Met bijzonderheden en al.

Ik kan niet zomaar foto's laten zien hier natuurlijk, maar deze kan wel toch? Dit was kamp en we speelden het Avondbedspel.
De kinderen verstopten zich in een ( afgezet )deel van een bos. In het donker. Deze groep was uitstekend voorbereid, zoals je ziet. Dat deden ze zelf hoor, dat bedachten wij niet.
Na tien minuten gingen wij,  alle juffen en meesters en begeleiders,  zoeken. Met een zaklantaarn. Alle kinderen hadden twee leventjes. Als een kind gevonden was, moest een leventje ingeleverd worden en mocht diegene zich nóg een keer verstoppen. Als je geen leventje meer had, moest je naar binnen. Na een bepaalde tijd werd er gebeld en moest iedereen die nog verstopt zat (of lag) tevoorschijn komen. De winnaars!

donderdag 26 maart 2020

Foto's

Weet je nog dat ik vertelde over de vijf dozen, die ik van mezelf mocht vullen met herinneringen? Een doos voor mijn moeders kant, eentje voor mijn vaders kant en eentje voor mij? De andere twee voor mijn man en zijn kant van de familie. Hij is nog niet klaar met zijn twee dozen, maar ik wel. Super tevreden over.
Maar toen werd het lastig.

Dat zit zo: wij maakten altijd fotoalbums. Multomappen met mooie bladen erin. Vaak deden we dat samen.
We hebben altijd veel foto's gemaakt, tot het digitaal werd.
Aan die albums werkten we heel hard. Knippen, plakken, snijden, kaartjes en andere herinneringen erbij en soms wat tekst. Het was een leuke hobby. Kijk zo ziet zo'n blad er bijvoorbeeld uit:

We werkten altijd aan vier albums tegelijk.  Eentje voor ons en een voor ieder kind. Die van de kinderen speciaal op hun gericht natuurlijk, niet vier dezelfde albums.
Enfin,die albums van de kinderen zijn grotendeels de deur uit. Alleen niet van de jongste zoon, die zegt dat hij geen ruimte heeft, hahaha.
De albums van ons zijn er nog.
En ik dacht altijd, die zijn alleen voor ons. Die kunnen ze gewoon nog een keer bekijken als we dood zijn en daarna weggooien. De foto's van hun eigen leven hebben ze al.
Maar nu ineens kreeg ik de geest en dacht: ' Tijd zat, ik ga het uitzoeken'.
En dat ben ik dus nu aan het doen.
Ik gooi veel weg en wat ik nog leuk vind, dat scan ik. Ik bewaar alleen dat waarvan ik denk dat onze kinderen dat nog wel eens leuk vinden om te bekijken.
Zoals toen hun allereigenste moeder voor het eerst van haar leven een tien kilometer liep.

Het is een verschrikkelijke klus, want... het zijn tweeënveertig (42!) albums. Vanaf 1976 tot 2010.
Ik heb er nu een stuk of tien gedaan.  Als ik eenmaal op gang ben, ga ik ook door. Pfff




zaterdag 1 februari 2020

Ramen lappen

Ramen lappen... ik heb er een hekel aan.
Maar ik heb wel graag schone ramen.
Ik bof, want ik heb een man die, zonder dat ik het vraag, de ramen lapt, zowel binnen als buiten. En dat doet hij behoorlijk goed.
Als ik het een heel enkele keer wel eens doe, ziet het er niet uit. Als hij het doet wel. Dus ik doe helemaal niet mijn best om er beter in te worden.

Nou hoe dan ook. Ik liep in Amsterdam en zag ineens een heleboel glazenwassers.
Het leek wel glazenwassersdag.
Deze zag ik bijvoorbeeld.
Het zou mijn werk niet zijn en dat van de mensen in deze huizen dus ook blijkbaar niet. Die laten het mooi doen.

Ik dacht terug aan dat huis waar ik als kind woonde.
Gisteren vertelde ik er iets over en ook over de mensen die het bewoonden. Waaronder het dienstmeisje Teunie.
Nou Teunie moest de ramen in dat huis lappen.
Hoge ramen waren dat natuurlijk.
En daarvoor gebruikte ze een glazenspuit.
Een glazenspuit, daar had ik al in jaren niet meer aan gedacht.
Tot ik een tijd geleden ontdekte dat er in 'mijn museum' gewoon eentje staat.
Toen wist ik het weer.

Kijk, zo ziet zo'n ding er uit.
Het apparaat werd in een emmer water geplaatst en dan moest er gepompt worden, ongeveer zoals je pompt met een fietspomp.
Dan spoot het water, uit de linkerbuis,  hoog tegen het raam.
Met kracht.
De laatste rest water uit de emmer gooide Teunie dan zelf nog tegen het raam en ik was altijd bang dat ze de emmer zou meegooien. 
Als alles goed nat was kon er gelapt worden. Teunie had ook een lange stok, net als de glazenwasser op de eerste foto.

Fascinerend vond ik het.
Ik was nog klein, maar ik vroeg altijd of ik mee naar buiten mocht en dan was het natuurlijk een hoogtepunt als ik zelf mocht pompen. Soms mocht dat.

Als ik in het museum in de zaal ben waar de glazenspuit staat, vraag ik wel eens aan gasten of ze het voorwerp herkennen.
Tot nu toe niemand getroffen die het wist!


Daarnet zat ik zo maar even te googelen en kwam terecht in het Regionaal Archief Dordrecht. Daar vond ik een foto van het huis van de oude dame. Het gedeelte waar wij woonden, staat er ook duidelijk op. Dat is dat schuin uitgebouwde gedeelte aan de zijkant links.

 Het leuke van deze foto is, dat de tuin, rechts van het huis er nog op staat. Later, toen de oude dame was overleden,  is die tuin volgebouwd. Je kunt denk ik ook goed zien hoe groot het huis was. Ik heb op zolder leren fietsen!

vrijdag 31 januari 2020

De oude dame, Tante Henny en Teunie

Ik ben geboren in Dordrecht. In een oud, groot en deftig huis aan de Nieuwe Haven.
Er was woningnood in die dagen en mijn ouders 'woonden in' bij 'de oude dame'.
Zo werd er door mijn ouders over haar gesproken tegen mij. 'De oude dame heeft gezegd dat...'
Ik weet haar echte naam wel, maar die werd nooit genoemd.
Oud was de dame zeker en deftig ook. Ze sprak mijn naam Bertie uit als Bechtie.
Ze was ook erg aardig trouwens.
Ze woonde er alleen, dus ze vond het een veilig idee dat mijn ouders er waren. Mijn moeder was verpleegster, mijn vader was handig en het idee dat er 's nachts een man in huis was, dat stond haar aan.
Niet dat ze nou zo erg alleen was.
Ze had een gezelschapsdame, een dienstmeisje en een tuinman.
Die tuinman heette Kruidhof, als dat geen Nomen est... is. Maar dit terzijde.
De gezelschapsdame zie je links op de foto. Die was zelf ook deftig, maar erg lief. Ik noemde haar tante Henny.  Ze is later toen wij er al lang niet meer woonden en de oude dame was overleden,  nog vaak bij ons op bezoek geweest.
Het dienstmeisje zie je ook. Teunie heette ze en ook zij was erg lief.
Ik zie nu, nu ik het kleine fotootje heb vergroot,  dat het ook een knapperd is. Teunie.
Tante Henny had soms tijd voor mij, Teunie bijna nooit.
Er was, weet ik nu,  veel te doen in dat  huis.

Waarom deze foto? Morgen wil ik iets laten zien dat met Teunie te maken heeft. 
En bovendien: ik vind het zo'n leuke foto.  Iedereen kijkt naar de fotograaf. Alleen mijn moeder niet. Die kijkt naar mij...

zaterdag 27 juli 2019

Twee flesjes

Zomaar twee kleine flesjes.
Twee flesjes die altijd in mijn bureautje staan, samen met wat andere dierbare dingetjes. Niks bijzonders hoor. Een flesje 4711 van mijn schoonmoeder. De polsteller van mijn moeder en haar vingerhoed. Een steen in de vorm van een hartje.
En die flesjes dus. Af en toe vul ik ze. Vaak met een afgeknakte bloem uit een boeket. Of met een paar bloemetjes uit de tuin.
Ze zijn oud, ik denk zo'n tweeënveertig jaar oud. Dat zit zo:
Mijn man en ik werden op Sicilië verliefd op elkaar.
Er waren die reis heel wat hoogtepunten. Eigenlijk was het één groot hoogtepunt natuurlijk. Want wat wil je nog meer? Verliefd in Italië.
Wat reizen betreft was het ook interessant. Zo bezochten we op een avond  in Rome de thermen van Caracalla.
In de tijd van de oude Romeinen, was dat een gigantische badinrichting. Met ook nog heel wat andere faciliteiten als winkels, een bibliotheek . Een soort antiek welzijnscomplex.
In onze tijd wordt daar in die ruïnes wel eens een opera opgevoerd. Buiten dus.
Wij gingen daar naar kijken en luisteren.
Ik houd helemaal niet van opera. Het was me om de belevenis te doen.
En een belevenis, dat was het.
Buiten zitten, in zo'n antieke omgeving, heel erg lang, met een dekentje en een klein flesje gevuld met een drankje waar je het warm van kreeg. Geen idee wat het was, maar heerlijk.
We zagen de opera Aïda, het was een spektakel. Zeer indrukwekkend.
Nou, door die flesjes denk ik regelmatig terug aan die avond. Een pracht herinnering.

En dat ik er nu wat over vertel, dat komt door Marlou. Zij en haar verloofde gaan naar Verona, voor een opera. Geweldig natuurlijk en ik hoop dat ze er net zo'n heerlijke avond hebben als wij toen hadden.

donderdag 13 juni 2019

Even terug...

Even terug in de tijd:

Op Facebook ben ik lid van een groep, die begonnen is door een man, een Dordtenaar, die informatie zocht over zijn familie.
Dat is uitgegroeid tot een groep,  waar ik bijna dagelijks even kijk en smul.
Ik heb er zelf ook eens iets gepost en later heb ik daar over geblogd. Klik
Er verschijnen op de groep constant geweldige foto's en/of verhalen over mijn geboortestad.
Vandaag zag ik deze plaat. Een tekening van de bekende Dordtse tekenaar Otto Dicke.
Een herinnering, die jarenlang op mijn kamertje aan de muur hing.
Ik denk tot we verhuisden naar Zeeland.
Ik was zeven toen en ik weet dat ik ergens heb staan wachten tot de koningin langs kwam.
Langs flitste.
Ik weet dat ik een oranje sjerp had en dat ik diep teleurgesteld was, omdat ik haar, Koningin Juliana,  amper had gezien.
Ik weet niet meer of ik er met mijn schoolklas was, of met mijn moeder.
Maakt ook niet uit, het gaat me nu even om de herinnering en om de plaat. Het is zo'n geweldig mooie tekening. vind ik
Echt om een tijdje naar te kijken en weer even terug te zijn.

Otto Dicke, Gezicht op Nieuwe Haven en Grote Kerk Dordrecht, november 1973, collectie Dordrechts Museum, legaat 2013, foto Dordrechts Museum
 Natuurlijk googelde ik nog even verder op Otto Dicke (1918-1984) en vond deze tekening, hierboven. Dat is echt mijn geboortegrond. Je ziet de Lange IJzeren brug  en als je daar over heen gaat, stuit je op mijn geboortehuis.
Of iets heel anders:

Otto Dicke, Elsje, 1949.
Wat een kunstenaar, deze Otto Dicke. Een auto-didact die, zo lees ik, altijd, maar dan ook altijd tekende. Overal!

dinsdag 26 maart 2019

Opa's trein

Kijk, Anna was dit weekend te logeren en speelt met een trein.
Een elektrische trein.
Sterker nog, Anna speelt met de elektrische trein van haar opa.

En dat mag een wonder heten.
Vooral als je bedenkt dat onze eigen drie kinderen wel afwisten van het bestaan van deze trein(tjes) en van de spoorbaan en de huisjes, de boompjes en de beestjes,  maar dat ze slechts een heel enkel keertje in de gelegenheid werden gesteld om er mee te spelen.
En dan nog alleen onder strenge begeleiding van hun vader.

Mijn man was heel erg zuinig op zijn trein.
Hij heeft vaak verteld dat hij die kreeg van zijn ouders.
En wel toen er een crisis was, niet in het gezin, maar in de wereld.
Zijn ouders waren, zoals bijna iedereen toen, zuinig. Het geld werd niet zomaar uitgegeven.
Maar ten tijde van deze crisis zagen ze de situatie zorgelijk en somber in en besloten nog maar even van het geld te genieten en vooral ook de kinderen te laten genieten. En dus kreeg mijn man een elektrische trein, zijn zus Irene kreeg een bijzondere pop en wat broertje Paul kreeg weten we niet. Moet ik nog eens vragen.

We kunnen niet meer bedenken welke crisis het geweest zal zijn. Eerst dachten we de Cuba-crisis. Maar toen was mijn man al dertien en zijn zus nog ouder. Krijg je op die leeftijd nog een trein en een pop?
Misschien was het wel de Hongaarse opstand. Toen hadden ze een leeftijd die geschikter was.

Hoe dan ook, mijn man is nog steeds zuinig op die spullen. Maar ja, ze staan in een krat op zolder en Anna had dat ontdekt.
Ik moet er wel om lachen hoor, deze keer had opa geen enkele twijfel en mocht Anna er gewoon aan zitten en er mee spelen.
Want het betreft nu toevallig wel zijn oudste kleindochter, ja.


dinsdag 9 oktober 2018

Naar het strand

Tja,  dat is tot nu toe het grootste nadeel van geen auto meer hebben, dat we dus niet meer zo maar even naar het strand kunnen.
Maar gelukkig hebben we de foto's nog. Kijk:

Op deze foto zie je mijn moeder. Zij was toen vijf.
Zij is het kleine meisje naast de enige man in het gezelschap, mijn grootvader, Hendrik Lodewijk.
Mijn moeders broertje zit bij zijn moeder, mijn grootmoeder.
Aan de andere kant van mijn moeder, in het wit, zit een tante Anna.
En daarnaast zit mijn overgrootmoeder, Boudina Klasina Lodewijk- Stobbe.
De foto is gemaakt in 1916 op het strand van Wijk aan Zee. Ze zullen een dagje uit zijn geweest, vanuit Amsterdam.
Vast een hele onderneming,  toen.
Mijn overgrootmoeder was toen tweeënzestig jaar oud.
Drie jaar later in 1919 overleed ze.
Waarom ik deze foto laat zien?
Nou, omdat de liefde voor het strand en de zee blijkbaar in mijn genen zit.
En ik zo'n zin heb om naar het strand te gaan.
Maar vooral omdat mijn man een paar kunstjes uithaalde en mijn overgrootmoeder zo prachtig afdrukte:

Het lijkt me dat ze een kleintje is, net als ik zelf ben. En er is iets raars met haar hand
Ik zou haar best aan de muur willen hangen.
Met die hoed en die veer. En dan een beetje groot!

woensdag 7 februari 2018

Herinnering

Toen we nog geen kopieermachine hadden, moesten we alles ........ .






Dit was gisteren een vraag bij Beter Spellen. Pats, in een klap was ik terug op m'n allereerste school, waar gestencild moest worden.

Een stencil maken.
Je had een moedervel en daar kon je op typen. Of je kon er met een speciaal pennetje op tekenen.
Dan werd, door dat typen of tekenen, de was van zo'n moedervel verwijderd en daar kon dan de inkt doorheen op het apparaat.
Een moedervel was duur, zei mijn toenmalige directeur altijd, dus je moest wel zeker weten dat het de moeite waard was. En natuurlijk ging er regelmatig iets mis en was zo'n vel geheel verpest.
Tja.
Trouwens ook het stencilapparaat was duur. Voorzichtigheid geboden.en het bijvullen van de inkt in het apparaat was ook heel lastig.
Dus had ik voor de zekerheid een deal met een collega.
Ik bewerkte de moedervellen natuurlijk zelf, dat kostte uren.
Vervolgens 'deed' hij mijn stencils en dan ging ik gezellig zingen in zijn klas. Mijn klas deed dan gewoon iets zelfstandigs of ze gingen met me mee, zingen bij de buren.
Het stencilapparaat stond in de gang voor de deuren van onze klassen. Die deuren bleven open en dat ging allemaal prima.

Je gebruikte stencils bijvoorbeeld als je het ergens over had dat niet in de schoolboeken stond, maar je wilde het toch op papier hebben. Of er was extra rekenwerk nodig. Of er was een project met een bepaald thema. En de schoolkrant niet te vergeten.
Die maakten we met het hele team en die werd altijd 's avonds in elkaar gezet.  Als de schoolkrant bijvoorbeeld uit twintig bladzijden bestond, dan lagen op aan elkaar geschoven tafels dus twintig stapels,  in de goede volgorde. En daar liepen we dan met z'n allen om heen, al rapend. Tot we er duizelig van werden. Oh wat was het heerlijk als het dan bijna klaar was. Dan namen we een borrel en waren zeer tevreden.
Er was niet iedere week een schoolkrant natuurlijk, maar we hadden wel iedere week een werkavond. Met borrel. 

Later, toen onze kinderen klein waren, heb ik een tijdje niet gewerkt. Ik deed een cursus voor herintreders en ging weer aan de slag toen onze jongste vier was.
Maar denk maar niet dat ze de herintreders hadden verteld dat er inmiddels niet meer gestencild werd. Dat het kopieerapparaat zijn intrede had gedaan.
Dus de allereerste dag op mijn nieuwe school vroeg ik waar er gestencild kon worden.
Een hoongelach was mijn deel en mij werd verteld dat de Middeleeuwen toch echt voorbij waren.
Haha, een kopie heb ik nog maanden een stencil genoemd!

En die vraag bij Beter Spellen? Die had ik goed natuurlijk.

woensdag 20 september 2017

Arnemuiden en een herinnering

Toen ik lang geleden ging beginnen op wat nu de Pedagogische Academie heet, toen nog de kweekschool, deed ik dat totaal onvoorbereid.
Het was in die lange vakantie na mijn Havo-examen niet in me opgekomen,  dat ik ook wel eens voor de klas zou moeten, om te oefenen. Praktijk heette dat.
Ik had het druk met m'n allereerste kamer in Middelburg en school, nou ja dat zou ik wel zien. Ik was altijd een goede leerling geweest en dit zou heus wel lukken.
(Ik had trouwens ook niet beseft dat ik zou moeten gymmen en zou moeten handvaardigheiden, want anders had ik er echt van af gezien).
Maar goed, die praktijk dus...
Mijn eerste school was in het dorp Arnemuiden. De openbare lagere school. Ik geloof niet dat de school een naam had.
De leerkracht die mij moest begeleiden wel. Hij heette meneer Z. Ik moest hem ook aanspreken met meneer natuurlijk. En ik moest een jurk aan.
De leraar pedagogiek had ons veel succes gewenst.
'Rommel maar wat aan op je praktijkschool', had hij gezegd, 'maar doe het wel een beetje intelligent!'
Dat zinnetje ben ik nooit vergeten.
En daar ging ik. Met de bus naar Arnemuiden.
'Ja, jij denkt misschien  ach zo'n dorpsschooltje, maar dit is geen makkelijke school', zei meneer Z. om maar even duidelijk te beginnen, 'maak je borst maar nat'.
Hij gaf een schrijfles (klas 3, groep 5) en raadde me aan goed op te letten, 'want volgende week moet je het zelf doen'.
Arnemuiden was toen nog een dorp waar veel met elkaar en binnen het dorp werd getrouwd.
'Let nu op', zei meneer Z. 'Als ik zo meteen zeg : van Belzen, kom eens hier, dan staat de halve klas op en rent naar mijn bureau'.
Hij demonstreerde het en moest er heel erg om lachen. Ik niet. Waarom zou je een kind uit de derde klas bij zijn achternaam aanspreken.
Enfin, het was spannend en die ene schrijfles heeft me avonden voorbereiding gekost.
Toch had ik de les en de indeling van de les niet netjes genoeg opgeschreven in het praktijkboekje en kreeg daarvoor behalve van meneer Z., ook nog op mijn donder van die pedagogiekleraar.
De les zelf was ook niet bepaald een succes. De kinderen luisterden niet naar mij en ik werd hoe langer hoe zenuwachtiger. Zij waren kwekelingen gewend en wisten heel goed, hoe je die beginners te pakken kon nemen.
Op een gegeven moment nam meneer Z. de les weer van me over. Wat een afgang.
'Ik weet niet of jij wel geschikt bent voor dit vak', sprak hij stimulerend, 'als je een simpele schrijfles al  niet aan kan... '

Ik haatte hem en ik haatte mijn toekomstige beroep.

En toch was dit vorige week, toen we in Zeeland waren,  de reden dat ik nog eens wilde rond kijken in het dorp Arnemuiden.
Toendertijd heb ik er helemaal niets van gezien.
Alleen die school. En meneer Z....

Dat ik uberhaupt aan Arnemuiden moest denken, kwam door dit schilderij dat ik zag in Museum More. 

Reimund Kimpe, 1942, Visser met Arnemuidse.

zaterdag 19 augustus 2017

Over een reis naar Parijs en een plakboek


Op de middelbare school, in de vijfde klas, hadden we DE GROTE REIS. Die ging in ons geval naar Parijs.
Het was iets waar ik me al jaren op had verheugd. En het was ook echt super leuk, ik heb er zeer goede herinneringen aan.
Ik vond in een oud plakboek het programma van die reis. Je ziet het hierboven.
Het plakboek op zich is trouwens ook erg leuk om te zien

Met een paar persoonlijke aantekeningen erbij is het super om weer te zien. 
Ik lees naar welke film we gingen, in de Cinémateque en dat ik Ricard (een anijsachtig drankje) heel smerig vond: bocht.
Dat ik blijkbaar verdwaald was in het Louvre en dat we naar iets gingen waar ik geen enkele herinnering aan heb, Palais de la Découverte en dat we daar blijkbaar op knopjes mochten drukken.
Natuurlijk zagen we la Tour Eiffel en de Notre Dame en zo en dat heeft vast indruk gemaakt op mij, als beginnende reiziger.
Maar wat ik me nog echt herinner, is een bezoek aan het theater Bobino, waar we een optreden bijwoonden van de zanger Hugues Aufray. Volgens mijn aantekening zat ik op de jas van JW zodat ik wat kon zien.
Ik moet lachen om mijn slotaantekening bij  de terugkeer in Nederland:  'Vous voyez la bas toute la famille Verdonk'.
Monsieur Verdonk was onze leraar Frans en blijkbaar was zijn familie aanwezig om hem in te halen.
Bijna vijftig jaar geleden dit. Niet te geloven.

Ik denk er nog wel eens aan terug,  als ik lees over de reizen die tegenwoordig op scholen worden gemaakt. He-le-maal naar New York bijvoorbeeld.
De keuzes die die kinderen tegenwoordig moeten maken.
Wij hadden niks te kiezen. Het was Parijs en anders niet en dat was geweldig.
En dan de ouders die toch flinke bedragen zullen moeten ophoesten.
Bij onze eigen kinderen viel het nogal mee. Eigenlijk weet ik niet eens meer waar zij naar toe gingen. Wel dat ze in Gym 2 naar Xanten gingen. Vanwege de Romeinse overblijfselen aldaar.
Altijd heb ik gedacht dat Xanten vlakbij Keulen lag en dat ik daar zelf ook nog eens naar toe wilde. Jarenlang!

En nu... ik bén in  Keulen en Xanten ligt helemaal niet in de buurt. Foutje.
Moet ik gewoon nog eens!

maandag 7 augustus 2017

Vandaag

Vannacht was ik om vier uur wakker. Dat gebeurt nog al eens en een enkele keer val ik weer in slaap, maar vannacht niet.
Ik ben jarig vandaag en ik probeerde me allerlei verjaardagen te herinneren. Wat zijn het er al veel.

Nog heel goed herinner ik me mijn elfde verjaardag. Of liever het begin daarvan.
Ik kreeg een ontbijt op bed, de zon scheen in mijn kamer, er stond een vaasje bloemen bij en ik kreeg het boek Sproet, dat ik vervolgens helemaal uit las.
Ik heb het nog.
Waarschijnlijk is toen de basis gelegd voor mijn verzameling oude meisjesboeken.

Min twaalfde verjaardag was een ongelukkige, omdat er helemaal niemand kwam. We waren net verhuisd naar Terneuzen en mijn familie, tantes en ooms en neven en nichten, vonden de reis kennelijk een te grote onderneming. Dat was het ook wel, niemand had nog een auto, maar ik vond het heel erg. In Terneuzen kenden we niemand.  Ik was ook ziek die dag, naar later bleek was dat van heimwee. Toen ik eind van de maand naar school mocht, was de buikpijn meteen over.

Het jaar dat ik dertig werd, mijn eerste verjaardag met een kindje van een half jaar oud, onze Bart. Wat voelde ik me rijk. Alle ouders waren er nog en kwamen. Zelf heb ik geen broers of zussen, maar zwager en schoonzussen kwamen toen ook nog allemaal.

Mijn negenendertigste verjaardag: we waren aan het kamperen in Brabant.
En het regende, het regende en het regende. Gigantische plassen en dat was voor de kinderen best leuk, maar niet dagen achter elkaar. Zelfs niet op zo'n leuke camping.
Ik zat voor het raam van de caravan, of misschien was het nog de vouwwagen dat weet ik niet meer. Maar in ieder geval kwamen daar ineens mijn ouders aangelopen. Dat was echt super. Ik kreeg een parelketting, echte parels. Mijn moeder zei dat ze het eigenlijk meer een cadeau  voor een veertigste verjaardag vond, maar dat ze het nou eenmaal zo bedacht had en  niet zo van uitstellen hield, haha. Ik deed hem meteen om. Stond vast leuk bij die regenlaarzen.

Een jaar later, toen ik echt veertig werd, stond er voor mij speciaal een advertentie in de Volkskrant. Van mijn vriendin Sanny en haar gezin,  die denk ik hun vakantie elders doorbrachten en niet bij de feestelijkheden aanwezig konden zijn. Dat vond ik ook wel heel bijzonder.


Ik herinner me heel wat verjaardagen die we wegens vakantie in het buitenland doorbrachten. Dan kwam er natuurlijk niemand, maar we deden wel altijd iets speciaals op zo'n dag. Een high tea in Engeland, een rit in een koetsje in Oostenrijk.
Een ander jaar dat we in Engeland kampeerden en dat mijn neef Michael uit New Zealand er ook was met zijn gezin. Dat was fijn. 

Toen ik zestig werd en we uit eten gingen met het gezin (nog zonder kleinkinderen) en de meest geliefde vrienden.
Vorig jaar, vijfenzestig, toen we het vierden met alle kinderen en kleinkinderen in één groot huis. Rijkdom!

En dit jaar... vieren we het niet. Niet met andere mensen.
We vieren geen verjaardagen en moeder/vaderdag meer en houden in plaats daarvan een gezinsdag. Die gaat binnenkort plaatsvinden.
Vandaag trek ik er met mijn man lekker op uit. 
Jullie ook allemaal een mooie dag gewenst!