Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label Terschelling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Terschelling. Alle posts tonen

zaterdag 25 november 2017

Pondkoek

Toen we op Terschelling waren en ik iets lekkers mee wilde nemen bij de bakker, zag ik dit.
Dat vind ik dan leuk, een antiek Terschellinger recept.
Ik onderwierp de bakker aan een kruisverhoor. Is het echt antiek dit recept? Is het origineel van Terschelling? Is het lekker?
En toen alle vragen positief waren beantwoord, kocht ik een Pondkoek. En inderdaad, oud en jong vonden het lekker.
Het lijkt een klein beetje op taaitaai, maar iets minder taai. Vroeger werd het gemaakt om restjes te verwerken en er gaat een pond bloem in, vandaar de naam.
Ik wist op dat moment al dat ik het wilde maken. Gewoon voor de leuk en de herinnering en het idee dat zoiets ouds nu gewoon nog gemaakt wordt.
Deze week kwam het er van.
Ik sta bijna altijd vroeg op en dus stond ik om vijf uur al deeg te maken.
Natuurlijk had ik niet zo goed gelezen en zag pas op dat moment dat het deeg eerst moest 'besterven'. Op een koele plek.
Vervolgens was ik het bijna vergeten. Maar vanochtend, na twee dagen besterven was het zover.
In het recept staat dat het deeg in een bepaalde vorm op de bakplaat moet.
Nou, daar ging het al fout, want die kenmerkende vorm kreeg ik er echt niet in.
Aangezien we ook niet op Terschelling zijn, vond ik dat geen probleem en ik deed het dus gewoon zoals ik het had uitgerold.
Het gaat om de smaak niet waar?
Voor het geval je zoiets ook leuk vindt, is hier het recept.

Pondkoek recept

  • 500 gram tarwebloem (inderdaad: een pond)
  • 250 gram lichtbruine basterdsuiker (half pondje)
  • 100 gram gesmolten roomboter
  • 2 dl melk – snuf zout
  • 6 theelepels koekkruiden
  • 1 theelepel bakpoeder
  • eventueel: een theelepeltje gedroogde koriander
Wat moet je doen?

Doe de suiker, de gesmolten boter, het zout en de kruiden samen in een mengkom en roer de ingrediënten door elkaar. Er ontstaat een soort van papje. Vervolgens doe je de tarwebloem erbij, en het bakpoeder. Laat het deeg een paar dagen (!) op een koele plaats staan. Na een paar dagen smeer je een bakplaat in met boter en leg je het deeg in de typische pondkoek vorm (25cm x 15cm) op de bakplaat. De randen maak je iets dikker; je rondt ze als het ware af. Als het goed is is de koek nu een halve centimeter hoog. Je doet de bakplaat met de koek erop in de oven (voorverwarmd op 175 graden). Na 40 minuten is het pondkoek recept klaar. Als de koek is afgekoeld dan snijd je de koek in plakken. Easy does it!   

Behalve de vorm deed ik alles wat er staat.
Echt heel nauwkeurig gewogen, heel precies alles gedaan.
Maar toch is er iets fout gegaan, want mijn koek is heel hard geworden. Keihard mag ik wel zeggen.
De smaak is prima, maar ja verder lijkt hij, op het gewicht na, in niets op de Terschellinger pondkoek.
En van snijden in plakken is al helemaal geen sprake. Ik mag blij zijn als ik er een stuk van kan afbreken zonder een hamer te gebruiken.
Zoals ik al zei: het gaat om de smaak!

Nou ja, toch weer een ervaring rijker en die koek komt heus wel op hoor. Geen probleem.
In diezelfde bakkerij zag ik trouwens ook nog deze doos.
Boterbiesjes, die kreeg ik vroeger wel eens bij mijn opa. 'Wil je een boterbiesje, Bertie?'
De naam is leuk en de herinnering ook. Maar ik denk niet dat ik boterbiesjes ga proberen.
Pondkoek is voorlopig mijn laatste baksel.





zaterdag 11 november 2017

Back to Terschelling

Er zijn mensen die echt heel erg van vuurtorens houden. Ik ook.
Al is dit niet mijn raam. Dit is het raam van een Terschellinger die vlak onder de Brandaris woont.
't Is een aparte vuurtoren hoor, die Brandaris.
Genoemd naar een Ierse abt, Brandaan, die ooit een zeereis van zeven jaar ondernam om het Beloofde Land te vinden.
Hij werd de beschermheilige tegen het vuur én de beschermheilige van de zeevarenden.

Gezien de branden die door de Engelsen werden aangestoken (1666) en waar ik eerder over vertelde,  een zeer gepaste naam.
De toren is echt sterk, stevig en robuust.
Je ziet hem altijd als je op Terschelling aankomt, vanaf de boot en ook als je weer vertrekt.
En je ziet hem vanaf heel veel plaatsen op het eiland.


Hij staat er al zo lang.
De eerste Brandaris was van 1323. Die stortte in zee (eilanden verplaatsen zich).
Deze dateert uit 1594.
Hij is met zijn zeven verdiepingen 53 meter hoog. Het licht zit iets hoger.
Tja, er is nog wel meer te vertellen over de Brandaris. Dat het de oudste vuurtoren is, dat hij nog steeds in gebruik is, nu om de Waddenzee te controleren.
Maar ik vind het welletjes.
Ik heb nog een foto die ik perse wil laten zien. Het is een boom, op een duintop.
Fietsend over het eiland zagen we die boom zo vaak, dat we er beslist  naar toe wilden wandelden/klimmen.
Ook deze boom is, net als de Brandaris, zo bij Terschelling horend vind ik.


 Ik zou eigenlijk graag alle waddeneilanden willen bezoeken. Ik was tot nu toe alleen op Terschelling en op Texel.
Maar mijn man en mijn dochter willen volgend jaar weer de Berenloop doen. Ik hoop het van harte en ga dan zeker mee.






vrijdag 10 november 2017

Cranberry's

Als je op Terschelling bent, kun je de cranberry bijna niet missen. Het besje is echt een symbool geworden voor Terschelling.
Er hoort natuurlijk een verhaal bij. Namelijk:
Vroeger,  zo rond 1830,  werden er in Amerika cranberry's gekweekt. Besjes, rijk aan vitamine c, op schepen een probaat middel tegen scheurbuik.
De bessen werden ook wel naar Europa geëxporteerd, in manden en vaten.
Waarschijnlijk is er ooit zo'n vat overboord geslagen en op Terschelling aangespoeld. Een jutter nam het vat mee en de  halfrotte bessen kiepte hij onderweg in een natte duinvallei.
Ha, en daar ontkiemden de zaden en verspreidden zich over het eiland.



Sindsdien is er een cranberry-cultuur op Terschelling.
En die wordt gekoesterd hoor. Alle produkten op de collage hierboven en ook dit schilderij zagen we in de Cranberryschuur.
Je kunt er lekker taart eten, cranberrytaart uiteraaard en thee drinken, cranberrythee natuurlijk. En er is veel te zien.
Zelf ben ik opgegroeid met cranberry's. Mijn grootvader was, zoals ik vertelde,  een Terschellinger en ik denk dat daarom mijn moeder altijd bij het kerstdiner cranberry's serveerde. Ze moest er altijd veel moeite voor doen om ze te pakken te krijgen,  dat weet ik nog wel.
Tja en dan was er zo'n schaal vol met cranberrycompote en dan vond ik dat helemaal niks.
Terwijl ik het nu lekker vind, echt lekker.
En gezond is het ook, met name bij blaasontsteking.


En dat ik ze tenslotte (dankzij de oplettendheid van mijn man),  ook nog eens in het echt zag, maakte het extra leuk. Dit was in een prachtige duinpan. En in de verre omtrek waren geen andere besjes te zien. Dus ik denk echt dat we hier een paar verdwaalde cranberry's zagen. In het wild!



donderdag 9 november 2017

Niet alleen kerkhoven hoor, op Terschelling


Zo, na twee kerkhof blogs, laat ik toch ook nog maar even voor de zekerheid zien dat Terschelling ook echt heel vrolijk is.
Natuurlijk is het dat als onze kinderen en kleinkinderen er rondsjouwen in het duingebied, dat echt prachtig is.
Op Terschelling houd ik het meest van de duinen.

Ook de vlag laat vrolijkheid zien

Kijk die lucht was natuurlijk niet de hele tijd blauw, wat wil je in november? Maar af en toe scheen toch de zon.


Een middagje hebben we gewoon buiten in de zon op een terras kunnen zitten. Het terras van De Walvis. Kenners zullen precies weten waar dat is: om de hoek bij de boot


En natuurlijk hadden we heel veel prachtige uitzichten:

Daar wordt een mens ook blij van, vind ik. Met de Brandaris als trouwe wachter op de achtergrond.

woensdag 8 november 2017

Stryper wyfke


Dit is een beeld en wel van het Stryper Wyfke.
En hoort een verhaal bij.
Nederland was, en dat kun je je bijna niet meer voorstellen, in oorlog met Engeland. Het jaar was 1666.

Ik moest vroeger op school jaartallen leren. Ik vond dat helemaal geen probleem en heb er tot de dag van vandaag voordeel van. De jaartallen van deze oorlog wist ik gewoon nog. Maar dit terzijde.

Hoe dan ook, de Engelsen gingen in die oorlog,  de Nederlandse koopvaardijvloot aanvallen, staken schepen in brand op zee,  tussen Vlieland en Terschelling en landden op Terschelling.
Daar brandden ze West plat, alleen een kerk en de Brandaris bleven staan.
Maar nog waren de Engelsen niet tevreden en trokken verder het eiland op,  om nog meer plat te  branden. 
Toen zagen ze in de verte een soort verhoging en wat staande, schimmige figuren.
Het was het kerkhof van Stryp en die figuren waren grafstenen, maar dat zagen ze niet zo scherp in de nevel.
Ze waren al op weg naar het volgende dorp, toen ze een oud vrouwtje zagen en haar vroegen wie of wat die schimmen in de verte toch waren.
Het vrouwtje, het Stryper wyfke,  antwoordde nogal cryptisch: 'Er staan er bij honderden en er liggen er bij duizenden'.
Ze bedoelde de grafstenen (staand) en de doden (liggend).
De Engelsen schrokken en durfden niet verder en zo redde het vrouwtje de andere dorpen op het eiland.
Mooi verhaal toch?

 
De kans dat het zo gegaan is, is minimaal, maar dat maakt niet uit toch?
Ik hou van verhalen. We waren ook echt even op dat kerkhof. Het ligt op een heuvel en ik kan me best voorstellen dat zo een grafsteen in de schemer of bij nevel eruit ziet als een mens. 

dinsdag 7 november 2017

Terschelling

Mijn man en onze dochter wilden op Terschelling de Berenloop doen. En háár man, ik en Anna, Noor en Jet mochten mee. We hadden twee leuke huisjes naast elkaar en waren er bijna een week.

Op Terschelling kwam ik best vaak.
Mijn grootvader van moeders kant, was 'een eilander'.  Mijn grootvader Hendrik Lodewijk.
Hij was bootsman ter koopvaardij, maar ging op een gegeven moment naar Amsterdam.
Ik denk dat hij gewoon aan de wal wilde, maar heb verzuimd dat soort dingen aan mijn moeder te vragen. Waar ik nu spijt van heb, maar ja, daar is echt helemaal niks meer aan te doen.

Ik ben wel eens op een kerkhof op Terschelling gaan kijken, of er nog Lodewijken lagen. Maar ik vond ze niet.
Nu, terwijl ik daar was zat ik een beetje te googelen en stuitte op een site waar Terschellinger families worden besproken.
En daar las ik dat mijn overgrootvader Cornelis Lodewijk, de vader van Hendrik begraven is op Terschelling en wel op een kerkhof Brandaris.  Op West.
Die begraafplaats had ik nog nooit gezien. Maar dankzij de VVV nu wel.
Inderdaad, vlak achter, bijna onder de Brandaris.
We gingen kijken.

Wat een prachtig, klein en oud kerkhofje was dat. Met heel wat onleesbare stenen, bijna onleesbaar. Ter plekke googelde mijn man en vond een nummer. En toen was het,  met de plattegrond aan het begin van de begraafplaats,  niet meer zo moeilijk.


Het bleek graf vijf op rij negen te zijn. Dat het een groen blokje is, betekent dat het een graf is van cultuur-historische waarde.
Natuurlijk, mijn  overgrootvader, hartstikke cultuur-historisch, dat snap ik.
Het houdt trouwens in dat het graf nooit geruimd mag worden.
Nou deze steen vonden we dus!

Lekker duidelijk he.
Maar het is helemaal niet Cornelis die daar ligt, het is zijn vader Hendrik Johannes Lodewijk. En diens vrouw Abbe Reus.
Och die Abbe.
Ze  werd de geliefde echtgenote van Hendrik Johannes in 1839. Ze was toen negentien jaar oud.
Abbe stierf in 1851. Ze was toen een-en-dertig en had zes kinderen.


Natuurlijk had Hendrik Johannes het moeilijk toen Abbe stierf. Met zijn zes kinderen.
Dus begon hij een nieuwe relatie. Met ene Elisabeth Pottinga, die ook al eerder was getrouwd en zelf ook al kinderen had.
Ja, de dood lag op de loer in die dagen.

Enfin, Elisabeth zorgde voor mijn overgrootvader Cornelis, zo veel is wel duidelijk. Die was de jongste van de zes en drie jaar oud, toen zijn moeder Abbe stierf.
Vervolgens kregen Elisabeth en Hendrik Johannes nog drie kinderen samen.
Waaronder een tweeling.
Een van die twee ging dood in het jaar van zijn geboorte, misschien wel bij de geboorte. Hij heette Sirach. Een aparte naam, vind ik.
Maar dan de andere helft van de tweeling... die heette: 
Willem Nicolaas Alexander Karel Hendrik en dan dus de achternaam Lodewijk.
Oe wat zou ik graag weten wat daar de reden voor was.
Mijn fantasie werkt op volle toeren.

Het mooie en bijzondere is, ik kan met deze kant van de familie, op internet, gewoon terug gaan tot 1765 , de ouders en grootouders van Abbe.
En dan heb ik alleen nog maar heel oppervlakkig gekeken én was dit natuurlijk nog maar één kant van mijn familie.

Vroeger toen ik werkte en drie kinderen had, dacht ik altijd dat ik later, als ik veel tijd zou hebben, stamboomonderzoek zou gaan doen.
Dat denk ik nog steeds wel eens, maar ik heb ook nog steeds te weinig tijd.
Nou ja, dit vond ik ook al heel erg leuk. Ik was helemaal in de ban van de familiegeschiedenis.


Er was heus nog meer te zien en te beleven hoor, op Terschelling. Daarover een andere keer meer.

Ps: Ik zei tegen mijn dochter dat ik Abbe eigenlijk een hele leuke naam vind en dat ik, als ik dit eerder had geweten, de naam misschien opnieuw had ingebracht. Ze kreeg bijna een hartverzakking!